Smit Draad
Vrouw aan de omspinmachine (1926)
Smit Elektroden
Laselektroden afdeling 1935
Professor Nolen (1938)
Beproeving oude gramme dynamo bij TU Delft
Het vervoer van transformatoren d.m.v. paardentractie (Smit Transformatoren 1913-1915)
Dit duurde weken...
Smit Transformatoren
Spoelenmontage 1921
Smit Ovens
Vervoer van een grote oven per slede (Groenestraat Nijmegen 1936)
Hoogte Kadijk
Transformatoren (1936)
Willem Benjamin Smit (1860-1950)
Elektriciteitspionier en grondlegger van de Smit bedrijven in Nederland
Thomas Rosskopf
Excursieleider KIVI bij Smit Slikkerveer (1911)
Transformatoren
Smit Slikkerveer 1912
Smit Gas Generatoren
1965-1969
Smit Transformatoren
Montage in de bak van een 4000 kVA transformator (Amsterdam 1916)
Smit Slikkerveer
Wereldtentoonstelling Brussel 1910
Smit Draad
Draadwals (1926)
Smit Slikkerveer
Generator 1500 kW (1913)
Thomas Rosskopf (1880-1953)
De oprichter van Smit Transformatoren, Draad, Weld en Ovens
Smit Transformatoren (1916)
4000 kVA transformator
Smit Slikkerveer
Elektrische centrale Tandjong Priok (1895)
Smit Draad (1921-1927)
Kijkje in de Draadfabriek

Laatste updates

Biografie professor Clarence Feldmann (1867-1941)

Professor Feldmann (1930)

Professor dr. ing. Clarence Feldmann werd op 14 januari 1867 te New-York geboren en was van Duits-Joodse afkomst. Hij ontving zijn opleiding in Duitsland. Van 1883 tot 1885 studeerde hij aan de Königlich Bayerische Industrieschule te Neurenberg, van 1885 tot 1888 aan de Technische Hogeschool te Darmstadt, waar toen een afdeling voor elektrotechniek was ingesteld. Hij behoorde daarmee tot de eerste generatie academisch geschoolde elektrotechnici. De elektrotechniek was op dat moment nog een wereld van pioniers. 

Tijdens zijn studie Elektrotechniek in Darmstadt vond de jonge Feldmann veel inspiratie bij zijn hoogleraar, Professor Erasmus Kittler. Rond 1885 was er weinig bekend over wisselstroom. De theorievorming rond de gelijkstroom was al veel verder en de algemene opinie in die tijd was dat gelijkstroom het zou gaan winnen van wisselstroom. Tijdens de studie van Feldmann schreef Kittler een prijsvraag uit om de huidige meetmethoden voor wisselstroom te onderzoeken en te verbeteren. Clarence Feldmann won deze prijsvraag. Dit zou zijn verdere loopbaan voor een belangrijk deel bepalen. In 1888 slaagde Feldmann met lof en werd hij voor een jaar lang de assistent van Kittler. 

Na zijn studie werkte Feldmann dertien jaar in elektrotechnische industrie, onder andere in Hongarije bij transformatorproducent Ganz & co in Boedapest (1889). Bij Ganz werkte hij mee aan de ontwikkeling van transformatoren, meetinstrumenten, wisselstroommachines en elektriciteitsnetten (voor verlichtingstoepassingen). In 1890 stapte Feldmann over naar Helios Aktiengesellschaft für elektrische Beleuchtung und Telegraphenbau in Duitsland. Bij Helios een producent van elektriciteitscentrales, zette Feldmann zijn werk voort in de bouw en het ontwerp van elektriciteitsnetten. Zijn industriële carrière verliep maar moeizaam, omdat hij zich erg beperkt zag in zijn mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te experimenteren met nieuwe technologieën. Feldmann voelde zich bij Helios op een gegeven moment meer handelsreiziger dan elektrotechnicus en ging daarom het onderwijs in. In 1902 werd Feldmann privaat docent aan de Technische Hochschule in Darmstadt.

Feldmann was door zijn kennis opgedaan in de Verenigde Staten, Hongarije en Duitsland betrokken bij de aanleg van alle elektriciteitscentrales in Nederland (behalve Kinderdijk = Willem Benjamin Smit). Bron: Beeldbank Den Haag (free of copyrights).


Professor Feldmann zien we rechts achteraan - staande vierde van rechts met bolhoed en snor- bij de aanleg van elektriciteitskabels voor het G.E.B. in Den Haag (1905).

 

Lees meer

Monitoren van de transformator

DwarsregelaarHoe lang leeft deze transformator nog?

Een interessante vraag, die vroeger bijna nooit gesteld werd. Dat is in de huidige tijd wel anders, maar waarom is dat eigenlijk?

Het elektriciteitsbedrijf bestelde vroeger altijd een transformator met een vermogen voor de verre toekomst. De transformator zat dus gewoon vanaf het begin ruim in zijn jasje. Het risico van het uitvallen van de spanning moest ook zo nog eens klein mogelijk zijn. Je zette dus drie transformatoren naast elkaar die samen het werk van een deden. Je ziet : De transformator hoefde helemaal niet zo hard te werken. Als er eens veel vermogen nodig was, dan was dat in de koude winter. Dat was vooral op maandagochtend als de fabrieken weer opstarten na het weekend. De maandag was ook nog eens wasdag bij menige huisvrouw.
Tegenwoordig is dat wel heel anders. Nu staan er maar 2 transformatoren naast elkaar die het werk van een doen. Het vermogen is nu het grootst op een hete zomerdag met draaiende airco’s in kantoren en zonnepanelen op de daken. De transformator moet tegenwoordig dus veel harder werken bij hogere temperaturen. De transformator veroudert daardoor veel sneller. De gebruiker wil nu weten hoe lang de transformator nog goed kan functioneren. Dat noemt men de restlevensduur bepalen. De gebruiker wil ook weten hoe lang hij de transformator kan overbelasten tijdens een storing in het net. Meten is weten, dus men gaat de transformator monitoren. Hoe lang leef ik zelf nog??
Ik wil graag gezond oud worden, maar wat moet ik dan doen? Ik kan gezond eten en voldoende bewegen. Ik onderhoud mezelf dus goed, maar is dat voldoende? Ik neem de griepprik om het gezondheidsrisico te beperken. Ik ben bloeddonor en ik geef 5 keer per jaar bloed. Mijn bloed wordt gecontroleerd en die controle is cruciaal voor de ontvanger van mijn bloed, maar ook belangrijk voor mij. Af en toe is er een speciale meting, dat noemt men bevolkingsonderzoek. Iedereen weet, dit alles biedt geen garantie op gezond oud worden. De kans daarop wordt wel groter, maar hoe groot die kans nu werkelijk is voor mij?

Hoe lang “leeft” deze transformator nog?
Je wilt de transformator zo lang mogelijk in bedrijf houden, wat moet je dan doen? Goed onderhoud is een eerste vereiste. De doorvoeringen en de regelschakelaar zijn het meest storingsgevoelig. De doorvoeringen kun je vervangen en de regelschakelaar kun je goed inspecteren. Een regelmatige meting van de oliekwaliteit geeft meer zicht op een mogelijk probleem. Dat alles is geen garantie voor een lange restlevensduur. Je wilt nu meer doen voor nog meer zekerheid. Je gaat dus die transformator monitoren. Dit alles biedt geen garantie dat die transformator lang goed blijft functioneren. De kans is wel groter, maar hoe groot die kans is voor die specifieke transformator?.

Overbelasten en overbekrachtigen

Overbelasten betekent een te hoge stroom door de wikkelingen, waardoor de temperatuur ergens in de transformator te hoog kan worden. De wiskundige formules om die temperatuur te berekenen staan in de “Loading guide”. Dat is een internationale norm, maar de formules hebben alleen betrekking op de temperatuur van het koper in de wikkelingen.
Over bekrachtigen resulteert in te hoge magnetische fluxdichtheid ergens in de kern, waardoor de temperatuur daar te hoog wordt. Er zijn geen algemene formules. Die formules moet de fabrikant zelf afleiden en die zijn ook nog eens afhankelijk van het ontwerp van die specifieke transformator.
Je weet nu de temperatuur formules en die kun je omwerken naar tijd formules. Je kunt dan de maximaal toelaatbare tijd van een overbelasting dan wel van een over bekrachtiging berekenen.

De “Loading guide” meter

Lees meer

De Hoogspanning beproevingstrafo

De hoogspanning beproevingstransformator.

Je koopt een transformator en je wilt er wel zeker van zijn dat hij meer dan 30 jaar goed blijft functioneren. Een simpele vraag, maar hoe bepaal je dat? In de beginjaren van het elektriciteitsnet was het al duidelijk: Je moet alle componenten elektrisch beproeven; Transformatoren, kettingisolatoren, kabels vermogensschakelaars, scheiders, etc……….. Je wilt er zeker van zijn dat ze vele jaren de nominale spanning kunnen houden. Deze componenten dienen ook nog eens bestand te zijn tegen een veelvoud van schakeloverspanningen en bliksemspanningen.
De fabrikant was in het allereerste begin aangewezen op beproeving met wisselspanning. Men beproefde met een veel hogere wisselspanning ( 2 tot 4 keer de nominale spanning ) gedurende een korte tijd ( ca 1 minuut ). De hoogte en de tijdsduur van de proefspanning legde men later vast in internationale normen. Deze proef werd dan voorgeschreven in de bestelling.

Wat is de aangelegde spanning?

Het is eigenlijk heel simpel. Op een punt sluit je de wisselspanning aan en op een ander punt is de spanning nul volt, want dat punt leg je aan aarde. Er is GEEN elektrisch geleidende verbinding tussen deze twee punten in de vorm van een koperdraad. Je legt de spanning dus gewoon aan.
Er loopt toch een wisselstroom, want tussen deze punten is er wel een capaciteit. Denk maar aan een condensator, die bestaat uit twee metalen platen die elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar. Je legt een plaat aan een wisselspanning en de andere plaat leg je aan aarde, dan gaat er een stroom lopen. De grootte van die stroom wordt bepaald door de capaciteit ( uitgedrukt in Farad ). Ter illustratie : Een hoogspanningslijn ligt aan spanning en de grond is een elektrisch geleidend aardvlak. Er is dus een capaciteit tussen hoogspanningslijn en aarde. Men noemt dat een parasitaire capaciteit, want hij is niet gewenst.

Beproeven met de aangelegde spanning.

Voor het beproeven met een aangelegde spanning heb je een beproevings-transformator nodig. Je moet daarbij denken aan een transformator met een zeer hoge nominale spanning van 1000 kV ( een miljoen Volt ) en een lage nominale stroom van ongeveer 1 Ampere. Het vermogen is dan maar 1000 kVA en dat is net zoveel als een transformator in een transformatorhuisje op de hoek van de straat. De afmetingen zijn echter heel wat groter ( zie fig 13 en fig 23 ).

Het beproeven van een transformator met de aangelegde spanning is wat ingewikkelder dan bij een vermogensschakelaar of kettingisolator. Alle aansluitklemmen van bijvoorbeeld de hoogspanning worden met elkaar doorverbonden en hierop wordt de proefspanning aangelegd. Alle andere onderdelen, zoals kern, kast, laagspanningswikkelingen zijn dan aan aarde gelegd. Je beproefd nu wel de elektrische isolatie van die hoogspanningswikkeling t.o.v. zijn hele omgeving. Je hebt wel last van de parasitaire capaciteit tussen de hoogspanningswikkeling en zijn omgeving. Een transformator beproeven met een hoge wisselspanning is trouwens niet zo moeilijk. Je sluit op de laagspanning “gewoon” een 2 keer zo hoge wisselspanning aan en de hoogspanning is dan ook 2 keer zo hoog. Je induceert dan een hoge spanning. Je hebt dan alleen een aangelegde proefspanning nodig voor het sterpunt van de transformator en die proefspanning is veel lager dan de proefspanning aan de hoogspanningskant.

Lees meer

Smit maakt ( bijna ) alles – bijzondere spoelen

De jaren vijftig en zestig, dat was de tijd van onderzoek naar de toepassing van kernenergie. Het splijten van zware atoomkernen wordt toegepast in de huidige kerncentrales. Het fuseren van waterstof kernen wil men toepassen voor toekomstige kernfusie centrales. Dit onderzoek vindt plaats bij diverse wetenschappelijke instituten en universiteiten in Nederland. Je hebt wel sterke magnetische velden nodig bij kernfysisch onderzoek. Het verloop van het magnetische veld moest wel aan allerlei eisen voldoen. Dat was afhankelijk van het soort onderzoek dat men deed. Als je wist hoe het verloop moest zijn, ging je van daaruit de vorm van de spoel(en) bepalen. Je hebt vaak wel een combinatie van spoelen nodig om het juiste magnetische veld te maken. Als je de vorm van de spoelen wist, ging je een fabrikant zoeken die spoel(en)  kan maken.

De wetenschapper ontwerpt de spoelvorm, maar is die ook maakbaar?. Het is logisch dat men bij Smit Transformatoren uitkwam met de vraag:  “Kunnen jullie een spoel voor ons wikkelen met zo’n vorm en die eigenschappen”. Smit kon dat natuurlijk, want voor een technische uitdaging werd niet weggelopen.

Het maken van een wikkeling vereist het nodige vakmanschap van de wikkelaar. Het zetten van de uitlopers, het “vasthouden” van de eerste winding(en), het maken van laag- dan wel schijfovergangen, etc.  De kwetsbare elektrische isolatie van de geleider mag daarbij niet beschadigen. De wikkelbank dient ook zonder schokken aan te lopen en te remmen, want anders komen de windingen los te zitten. Dit alles is bij Smit al aanwezig voor het maken van wikkelingen voor transformatoren. 

Opm : De begrippen “wikkeling” en “spoel” worden vaak gewoon door elkaar gebruikt. Bij een wikkeling denken we aan een deel een apparaat, zoals een transformator. Bij een spoel denken we aan een losse component, die je gewoon als onderdeel kunt kopen. 

In onderstaande foto’s geven een goed beeld te zien van de variatie in spoelvormen die gewikkeld werden. Informatie van de opdrachtgever(s) en de toepassing van de spoel is zoveel mogelijk vermeld. Soms resteert helaas alleen de foto. Mochten sommige lezers nog informatie hebben, laat het dan even weten. Dan zetten we de tekst erbij.

Dit verhaal geeft al snel een opsomming in een chronologische volgorde. Het ontwerp en constructie van deze spoelen lag vaak op de grens van wat op dat moment mogelijk was. Dat alles was voor Smit natuurlijk een uitdaging. Dit verhaal laat dan ook een beeld zien van de technische kwaliteiten van de medewerkers van Smit, van ontwerpers en constructeurs tot wikkelaars en monteurs. 

Betatron voor afdeling Technische Physica van de TU Delft geleverd in 1950/51 

Dit project omvat een watergekoelde spoel voor de betatron met daarbij een magnetische sluitjuk.      

    

Lees meer

Jeff Wessels - oud medewerker Smit Regeltechniek (1960-1970)

Begin 2020 ontving ik een brief met 50 foto's van Patrick Wessels, maar heb hem nu pas kunnen publiceren. Zijn vader Jeff Wessels (overleden 2018) is begonnen bij Smit Transformatoren op de tekenkamer en ging later naar de afdeling Regeltechniek. De foto's laten een mooi tijdsbeeld zien van Smit Transformatoren/Smit Regeltechniek tussen 1960 en 1970. Smit Regeltechniek is na de HOLEC overname eind jaren zestig naar Hengelo gegaan (Hazemeyer/Heemaf).

28-12-2019

Mijn vader Jeff Wessels, werkzaam geweest bij Smit Nijmegen/Hazemeyer/Holec, is in september 2018 overleden. Bij het opruimen van zijn spullen vonden mijn moeder en ik nog een envelop met zo'n 50 foto's uit de tijd bij Smit Nijmegen.

Mijn vader staat trouwens nog op de groepsfoto van de reünie Smit Regeltechniek uit 2002 op jullie site. Bijgaand de foto's van mijn vader uit de Willem Smit tijd. 
Mijn vader is volgens mijn moeder rond 1960 op de tekenkamer bij W. Smit begonnen. Door J. Lisser is hij toen naar de afdeling Regeltechniek gehaald. Hij werkte nauw samen met Lisser in het opzetten van deze afdeling (bedrijfsleider).

Aangezien hij goed Engels sprak werd hij al gauw betrokken bij de contacten die buiten Nederland werden aangegaan. Er zit een foto bij waarop mijn vader staat met Charles Scott van Westinghause Ltd. bij Crawley (bij Londen). De naambordjes zijn op de foto te lezen. Charles Scott en zijn vrouw Jessie werden vrienden voor het leven van mijn ouders. Voor mijn vader was dit de start van een loopbaan met veel buitenlandse contacten in Engeland, Duitsland en de Benelux.

De door dhr. R. Wetzels op jullie website beschreven geschiedenis van de afdeling komt zeer overeen met de loopbaan van mijn vader. Ook de lijst met namen van personeelsleden was voor mijn moeder één en al herkenning.
Na de zoveelste reorganisatie en verhuizing van de afdeling bij Holec in Hengelo nam mijn vader in 1985 de beslissing om over te stappen naar een baan bij de Britse firma Marconi uit Lincoln (UK). Hij ging van deze firma de vertegenwoordiging in de Benelux en Duitsland doen. Eerst gewoon vanaf huis in Hengelo, later met kantoor aan huis in Den Dungen bij 's-Hertogenbosch. Maandelijks waren reisjes naar het hoofdkantoor in Lincoln (met boot en auto). Marconi ging later over in het GEC concern in Engeland. Tot zijn pensionering is hij voor GEC blijven werken.

Mijn vader was een echte Nijmegenaar die publicaties/boeken over de stad nauwgezet bleef volgen en tot zijn dood was hij lid van de vereniging NUMAGA (Historische Vereniging Nijmegen). Mijn moeder Trix Wessels-Croonen woont nog steeds in Den Bosch.

Met vriendelijke groet,
Patrick Wessels

 

Lees meer

Shunt spoelen – verleden, heden en toekomst

Hoe houd ik spanning uit het stopcontact stabiel? Als hij te hoog is branden de lampen door of worden de zonnepanelen afgeschakeld. Als hij te laag is loopt het motortje van de ventilator niet aan en kan zelfs doorbranden. Er is dus een bovengrens en een ondergrens van de spanning.

Dat is niet alleen thuis bij het stopcontact, maar ook elders in het elektriciteitsnet. De spanning moet stabiel zijn onder allerlei omstandigheden, wel of geen zon op de zonnepanelen, wel of geen wind bij de windmolen, wel of geen koude winterdag. Een oplossing is het gebruik van shuntspoelen. Deze oplossing was al bekend en werd “vroeger” af en toe toegepast.

De energietransitie maakt een veelvuldige toepassing echter noodzakelijk. Het ontwerp, de constructie, de fabricage en de beproeving van een shuntspoel vereisen dezelfde vaardigheden als bij een transformator. Smit Transformatoren is zich intensiever op dit marktsegment gaan richten. Er is nu een redelijke omzet van shuntspoelen, alhoewel in omvang wel geringer dan van transformatoren.  De elektriciteitsbedrijven doen daarmee een aanzienlijke investering voor een betrouwbaar en stabiel elektriciteitsnet. 

Waarom zijn er eigenlijk shuntspoelen? 

De waarde van de spanning in het hoogspanningsnet moet dus binnen zekere grenzen blijven. Niet te laag en niet te hoog. Vroeger was de spanning te regelen door de bekrachtiging van de generator in de elektriciteitscentrale te variëren. Dat was gemakkelijk, want die centrales waren ook nog eens netjes verspreid over het land.

De spanning aan het begin van een lange lijn kan heel anders zijn dan aan het einde en kan dus buiten zijn toegestane grenzen komen. Een laag energietransport resulteert in een hogere spanning aan het eind van de lijn,  ook wel “Ferranti effect” genoemd. Dit is voor het eerst vastgesteld in 1887 ( zie ook Wikipedia ).  Je kunt deze hoge spanning verlagen door een spoel aan te sluiten aan het eind van de hoogspanningslijn.  Zo’n spoel noemt men een shuntspoel of ook wel laadstroom compensatiespoel.   Shuntspoelen bestaan al heel lang, maar men had er niet zo veel behoefte aan. 

De veranderingen in het elektriciteitsnet, zoals vermogenstransporten over grote afstanden en de energietransitie met windparken op zee, maken de inzet van shuntspoelen noodzakelijk.  De netspanning blijft dan overal binnen de toegestane grenzen.

Je gebruikt een shuntspoel wel heel anders dan een transformator. Je schakelt de shuntspoel in als de belasting van het net laag is en dus de spanning aan het einde van de lijn hoog is, bijvoorbeeld ‘s nachts.  De shuntspoel werkt dus als een belasting die kan worden ingeschakeld als er weinig vraag naar energie is. De belasting wordt overdag weer hoog en dan schakel je de shuntspoel weer uit. De shuntspoel wordt dus veel in- en uitgeschakeld en krijgt dus daarom veel schakeloverspanningen te verduren. De spoel wordt ook afwisselend warm en koud. Dit intervalbedrijf is veel zwaarder dan het “rustige” continubedrijf van de transformator.

Lees meer

Uniek onderzoek aan kortsluitvastheid van transformatoren door Boersma en Wildeboer

Als er een kortsluiting is in het elektriciteitsnet gaat er een grote stroom lopen, de kortsluitstroom.  Deze stroom gaat dan ook door de transformator en die dient daar tegen te kunnen.  Deze grote stroom resulteert namelijk in grote Lorentz krachten in de wikkelingen.

  • De HS ( hoogspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar buiten toe en wil dus een grotere diameter krijgen. Die drukkracht is goed te beheersen, denk maar aan een plastic fles waarin je lucht blaast. Blijft mooi heel en rond.
  • De LS ( laagspannings) wikkeling ondervindt een radiale kracht naar binnen toe en wil dus een kleinere diameter krijgen. Die vacuümkracht is moeilijk te beheersen, denk maar als je de lucht uit een plastic flesje zuigt.  De fles gaat plotseling ergens veel vervormen en dat noemt men knikken ( zie fig 2  maar kijk ook eens op youtube – buckling of plastic bottle ). Het vereist uitvoerige proeven ( zie fig 1 ) om ontwerp criteria te bepalen voor de radiale kortsluitvastheid van LS-wikkelingen. 
Fig 1   De kop van het artikel. Gepubliceerd in 1962 op een internationaal congres van Cigre  Fig 2  Knikvormen van de LS wikkeling. Het zeesterren tussen alle spiëen en de willekeurige knikvorm met een spie als “draaipunt”.

Fig. 3   Zo ziet knikken er ook uit als de rails te heet wordt en dan uitzet. Als de rails niet kan uitzetten dan ontstaat in het staal een grote drukspanning. Als de druk te hoog wordt, knikt de rails.
( zoek voor “leuke” foto’s op internet naar : knikken van spoorrails)  --->

Het kortsluitapparaat – een revolutionair idee van R. Boersma en J. Wildeboer           

J. WildeboerBoersma en J. Wildeboer (zie foto) bedachten een apparaat dat hetzelfde magnetische veld maakt in de wikkelingen als bij de kortsluitstroom. Je krijgt dan dezelfde kortsluitkrachten, maar in dit apparaat hebt je maar een klein stukje hoogte van de wikkelingen nodig.

Het werkt als volgt : Je wikkelt twee dubbelspoelen met een totale hoogte van 90 mm en een gemiddelde diameter van 770 mm. Dat vormt de LS-wikkeling. De HS-wikkeling maak je ook zo maar dan met iets sterkere geleider en met een gemiddelde diameter van 890 mm. Je hebt zo een “schijfje” uit de wikkelingen, maar veel goedkoper en ook veel gemakkelijker te beproeven. Deze wikkelingen zitten opgesloten in een “kern” waarbij hetzelfde magnetische veld ontstaat als in de transformator. ( zie fig 4 en fig 9 ).

Deze “kern” bestaat uit een onder- en bovenjuk ( zie fig 5 ). De LS wikkeling is gepositioneerd op het onderjuk. Het zit om een kern van kernblik met een houten opvulring. ( zie fig 6 ) Zo simuleer je de kern van de transformator en de afsteuning van de LS wikkeling op de kern via kernspieën. De HS wikkeling zit gemonteerd tegen het bovenjuk en aan de buitenzijde van de HS wikkeling zit een cilinder van kernblik. Zo kan het magnetische veld zich goed sluiten ( zie fig 9 ).

Lees meer

Kortsluitstroom begrenzende smoorspoelen

Als ik thuis een kortsluiting maak, dan gaat er een grote stroom lopen. Als die stroom niet afgeschakeld wordt, dan kan er plaatselijk veel hitte ontstaan en ontstaat er vaak een brand.
Je kunt de stroom afschakelen met een zekering. Dat heette vroeger een stop en dan sloegen dus de stoppen door. Als een stop doorgeslagen was, moest je er een nieuwe indraaien. Je had dan ook altijd reserves in huis. Tegenwoordig is dit vervangen door een schakelkast. Veel veiliger en handiger, want je hoeft geen reserve onderdelen meer in huis te hebben.

In het elektriciteitsnet gebeurt nu hetzelfde, alleen kunnen de kortsluitstromen zo groot zijn dat onderdelen in het net beschadigd zijn alvorens de stroom is afgeschakeld. In de steden waren vroeger de generatoren van de elektriciteitscentrales direct gekoppeld aan het 10 kV net. Zo’n sterke voeding zorgde voor hoge kortsluitstromen. Tegenwoordig zit er een machine-transformator met een grote impedantie tussen de generator en het elektriciteitsnet. Die transformeert dan van de generatorspanning van ca 20 kV naar het hoogspanningsnet met 150 kV dan wel 400 kV, wat leidt tot een veel kleinere kortsluitstroom in het net.

Het was dus zaak om deze kortsluitstroom te beperken door een impedantie in het circuit op te nemen in de vorm van een smoorspoel. In de zeventiger jaren, met de komst van de warmtekrachtkoppelingen, werden er meerdere kleine generatoren tegelijk aangesloten op het 10 kV net. Daardoor was er kleine opleving in de marktvraag voor seriesmoorspoelen.

  

Fig 1  Uit de krant van NRC (1933) bij het opleveren van een schakelhuis in Tilburg.  Fig 2 Reclamefolder-Smit Transformatoren 1929 (klik op de foto of artikel om te vergroten).

Deze smoorspoelen moeten dan natuurlijk zelf niet bezwijken bij een kortsluitstroom.  De spoel kan op dit aspect gekeurd worden bij de Kema in Arnhem, door middel van een kortsluitproef. Door de kortsluitstroom ontstaat er zeer groot magnetisch veld, wat leidt tot grote Lorentzkrachten op de draden in de spoel. De spoel moet daarom in zijn geheel een stabiele mechanische constructie zijn 

De beton smoorspoel. 

Lees meer

Tuimellantaarn Nijmegen 1886 (pentekening Willem Benjamin Smit)Op 01-07-2016 was het exact 130 jaar geleden dat de elektrische straatverlichting in Nijmegen in gebruik werd genomen. Willem Smit had eerder dat jaar in Kinderdijk al de eerste openbare Nederlandse elektriciteitscentrale aangelegd met 350 aansluitingen naar fabrieken en particulieren, direct gevolgd door Nijmegen.

Elektrische straatverlichting in Nijmegen
Nijmegen was dus enkele maanden later aan de beurt. Willem installeerde zijn tuimellantaarns, die voorzien waren van een voor die tijd unieke constructie die men kon tuimelen zodat de koolspitsen in de booglamp vervangen konden worden nadat ze waren opgebrand, hetgeen dus zeer frequent moest gebeuren. Nijmegen was daarmee de eerste gemeente met een (piepkleine) elektriciteitscentrale, die uitsluitend stroom leverde voor de straatverlichting (dus niet aan particulieren of fabrieken). Het moet in die tijd een prachtig gezicht geweest zijn om de Waalkade elektrisch verlicht te zien.

Booglamp W. Smit 1893

De koolspitslamp, ook wel koolstaaf booglamp genoemd, wordt gezien als de voorloper van de gloeilamp. Het licht dat deze lamp verspreidt, komt tot stand door een continue vonkoverdracht tussen twee elektroden van geperst koolpoeder. Dit principe lijkt een beetje op elektrisch lassen. De verblindende straal wit licht was zo fel dat de lamp eigenlijk alleen geschikt was als pleinverlichting of als zoeklamp voor schepen.

Toen Edison de gloeilamp uitvond (1879) kwam pas de echte vooruitgang tot stand op het gebied van verlichting. Deze werd ook door Willem Smit toegepast, maar rond 1886 was de booglamp (met name voor buiten verlichting) met zijn grote licht opbrengst nog altijd praktischer en goedkoper dan een oplossing met een groter aantal gloeilampen met ieder een geringere lichtopbrengst.Dit ondanks het feit dat Nijmegen in die tijd de gloeilampenstad van Nederland was met meerdere gloeilampenfabrieken.

Willem Smit verkocht in deze jaren ook gloeilampen aan een zekere A.F. Philips, enkele jaren voordat Philips werd opgericht in 1891 en zij de gloeilampen industrie overnamen. Anton Philips herinnerde zich nog een order van 2 x 50 lampen die in 1895 weer bij Willem Smit besteld werden. In het prille begin van Philips was Willem Smit dus hun huisleverancier voor gloeilampen.

   Willem Benjamin Smit 1882
Links, Anton Philips in zijn jonge jaren, bron: Eindhovenfotos.nl , midden het briefje van Antoon Philips aan Willem Smit uit 1945, bron: Holec Historisch Genootschap Rechts Willem Benjamin Smit rond 1888, bron: Archief Brush HMA Ridderkerk..

Eerste proefneming electrische verlichting Waalkade 1886
De lantaarnpalen waren tuimel baar, zodat de lamp naar beneden gedraaid kon worden om nieuwe koolspitsen in te zetten. In de winter was dit dagelijks werk.

Onlangs vond ik op YouTube een fragment  van het prachtige treinstation van Nijmegen in 1925. Daarop zien we nog fragmenten van de eerste elektrische verlichting (voorzijde station), de verlichting van de ontvangsthal en de de achterkant van het station waar de treinen binnenkwamen. Deze was ook verlicht met booglampen van Willem Benjamin Smit. (zie ook "uitbreidingen" verder in dit artikel).Na de elektrische straatverlichting in 1886 kreeg hij rond 1892 ook een opdracht om de nieuwbouw van het station te voorzien van elektrische verlichting in en rond het gebouw. Het mooie treinstation werd tijdens de Tweede Wereldoorlog (1944) bijna volledig verwoest en vervangen door het huidige station.

 
Bron: Eyeworks.nl / YouTube

tuimellantaarn6
Waalkade in Nijmegen rond 1900, bron: Collectie Rudo Hermsen.

Opening elektrische verlichting Waalkade Nijmegen 01-07-1886 

De Gelderlander 01-07-1886 


Keizer Karelplein 1887, bron: Collectie Rudo Hermsen

Nog een prachtige foto van de Waalkade in Nijmegen tijdens hoogwater in 1914. Rechts zien we weer de elektrische straatlantaarns. De kap en ook het type booglamp is  nu aangepast t.o.v. de eerste ( originele) boog lampen van Willem Smit. (zie ook de foto daarboven).

Nijmegen 1920 Klik op de play button of op het icoontje onder de film voor het volledig scherm. In deze film zien we naast prachtige beelden van Nijmegen een aantal keren de tuimellantaarn, maar ook de elektriciteitscentrale aan de Waalkade.

 

Proefnemingen
Na geslaagde proefnemingen van een tuimellantaarn op het eigen terrein van de fabriek in Slikkerveer begon men op 11-05-1886 met het leggen van kabels voor de elektrische verlichting. De kleine elektrische centrale kwam te staan in het ketelhuis van de gasfabriek/waterleidingsgebouw aan de Nieuwe Marktstraat in Nijmegen. Dit was handig omdat de medewerkers van de gasfabriek dan ook de kleine centrale konden onderhouden en dus geen extra personeel hoefde te worden aangetrokken.

Proefopstelling tuimellantaarn feb. 1886

Proefopstelling booglamp met mast en booglamp bij de fabriek van Smit Slikkerveer, rond maart 1886. Op de foto zien we Adriaan Pot, mede oprichter van Smit Slikkerveer. Klik op de foto voor details, bron: Gedenkboek Adriaan Pot (Archief Brush HMA Ridderkerk).

Begin aanleg verlichting Waalkade 12-05-1886Willem Benjamin Smit 1882

links artikel:Gelderlander: 12-05-1886, rechts Willem Benjamin Smit

Waterleidingsgebouw/Gasfabriek Nijmegen 1888
Achterkant van de in aanbouw zijnde Gasfabriek aan de Nieuwe Marktstraat rond 1871 (Bron: Archief Nijmegen).

Gasfabriek Nijmegen tussen 1880 en 1885 (bron Archief Nijmegen).

Waterleiding Gemeente Nijmegen aan de Nieuwe Marktstraat. Gasfabriek en Waterleiding was in die tijd een gecombineerd bedrijf. Bron: Archief Utrecht.

Initiatiefnemer tot de bouw van de elektrische centrale, dhr. Payens

J. Payens 1871 - 1888Het initiatief tot de bouw van de centrale in Nijmegen kwam van Payens, directeur van de gemeentelijke gasfabriek. Zijn plan sloot aan bij de vrij algemene ontevredenheid over de petroleumverlichting van de Waalkade. Men vond deze onvoldoende voor het drukke personen- en vrachtverkeer. De voortdurende verzakkingen en overstromingen maakten de aanleg van gasbuizen onmogelijk, zodat elektrische verlichting als enige optie overbleef. Aanvankelijk zouden er alleen booglampen aan de Waalkade geïnstalleerd worden, maar al snel betrok men ook enkele pleinen en parken in het plan en later was er nog een uitbreiding vanwege de bouw van het nieuwe station (1893). De commissie van bijstand van de gasfabriek ging op 7 juli 1885 akkoord met de plannen en verleende in december de opdracht.  

Willem Smit kreeg de order
Willem Benjamin Smit in 1888Om deze order te verkrijgen moest Willem Smit wedijveren met bedrijven als "de Kothinsky", NMEM, en Wisse, allen pioniers op het gebied van elektriciteit in die jaren. Alleen was Willem de enige die zijn machines zelf had ontwikkeld had zonder buitenlandse hulp. Willem Smit kreeg de opdracht vanwege de concurrerende prijs en zijn faam vanwege de zojuist succesvol geïnstalleerde eerste openbare elektriciteitscentrale van Nederland (Kinderdijk). Op 13-01-1886 werd het contract met de commissie van de gasfabriek en de waterleiding getekend en verbond Willem zich tot het aanleggen van 10 booglampen, aangedreven door een kleine elektriciteitscentrale.

tekeningtuimellantaarn_WillemSmit1885 

Links, een tekening van de tuimellantaarn, gemaakt door Willem Smit in 1885, rechts een proefopstelling van de tuimellantaarn met daarbij Adriaan Pot (zie ook de foto iets hierboven). Bron: Archief Brush HMA Ridderkerk.

 

Het tuimelmechanisme van Willem Smit werd ook besproken in een boek van P. van Capelle uit 1899. Dit was het belangrijkste boek voor de elektrotechnicus in die tijd. Dit boek heeft vele herdrukken gehad. De tekeningen zijn overigens niet van de tuimellantaarn van Smit. Bron: Collectie Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

Waalkade 1890 met links een tuimellantaarn, bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Hieronder een aantal ansichtkaarten uit mijn collectie.

Station Nijmegen 1904


Station Nijmegen  voor 1900. links van de paardenkoets zien we een tuimellantaarn.


Geheel links, een tuimellantaarn vlakbij het vroegere Oranje Hotel in Nijmegen.

Keizer Karelplein rond 1900


Oranje singel, rond 1900


Hoek van Berchemstraat en Smetiusstraat Nijmegen met rechts weer een tuimellantaarn.Datering is 1889

Nijmegen 1922 Klik op de play button of op het icoontje onder de film voor het volledig scherm. Deze prachtige film van Nijmegen bevat ook fragmenten van de tuimellantaarn bij het station in Nijmegen.


Installatie van de centrale
Er werd een stoommachine geplaatst die een dynamo (17.5 kW) aandreef, die vervolgens via een ondergrondse kabel de 10 in serie geschakelde straatlantaarns van stroom voorzag. Van de tien lampen die in 1886 geplaatst werden kwamen er vier aan de Waalkade. Verder kregen nog het Valkhof, het Kelfkensbos, het Hunnerpark, het Keizer Karelplein, het Stationsplein en het Kronenburgerpark elk één lamp. verdere uitbreidingen lieten nog enkele jaren op zich wachten.

De volgende posten stonden in de overeenkomst die Willem had getekend met de commissie van de gasfabriek en de waterleiding:

  • Een dynamomachine voor 100 lichten van 15 tot 20 Ampère, ieder licht ter sterkte van 2000 standaard kaarsen = HFL 1300,--
  • Een riemspanfundatie HFL 78,--
  • fundatiebouten met platen HFL 13,-
  • Een automatische stroomregulator HFL 175,--
  • Een horizontale stoommachine geschikt voor de kracht van 10 elektrische lichten HFL 1600,--
  • Een stroommeter HFL 75,--
  • Een schakeldrijfriem 8m x 15 cm van HFL 60,--
  • Vier elektrische lampen met lantaarns en omvlochten ballonnen van 50 cm middellijn en doorschijnend glas voor HFL 1400,--
  • 2500 meter kabel, bestaande uit 12 koperen draden omgeven door India rubber, daaromheen lood met een bekleding van hennep voor HFL 3125,--
  • Kosten van opstellen machines met toebehoren en vervoer voor toezicht voor het leggen op de kabel HFL 250,--

Voor ongeveer 10.000 guldens was Nijmegen de eigenaar van een kleine centrale met in het begin 4 elektrische lampen, later 10 booglampen. Deze werd later uitgebreidt tot 25 booglampen tussen 1893 - 1895. Willem Benjamin Smit zag zelf toe op de uitvoering van de werkzaamheden en noemde het "een proefstuk van betekenis."

 

De originele gelijkstroomgenerator voor de elektrische centrale uit 1886. Bron: Archief Brush HMA Ridderkerk.

Gelijkstroomgenerator (Dynamo) 1886
Gelijkstroomgenerator (dynamo) van de kleine elektrische centrale aan de  Nieuwe Marktstraat ,1886 - pentekening Willem Smit, Bron: Archief Smit Slikkerveer.
 

Compressor t.b.v. de elektrische centrale Nijmegen 1886 Hanglamp t.b.v. de elektrische verlichting in Nijmegen (1886)

Hierboven: zien we de 3 van de weinige nog bewaard gebleven foto's van een booglamp en een stoommachine met regulateur van de installatie,  die Willem Smit in 1886 geplaatst had, bron: Archief Nijmegen.

Proefnemingen
Na een paar geslaagde proefnemingen ging de centrale vanaf 01-07-1886 van start.

Rechtsboven naast de boom zien we de booglamp, bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Op 07-07-1886 werd er een concert gehouden in het Valkhof, voorzien  van elektrische booglampen van Willem Smit.


In 1888 werd de Valkhof (Barbarossa) ruïne gefotografeerd door Wilhelm Ivens. De hangende booglamp had toen plaats gemaakt voor een elektrische lantaarnpaal van Willem Smit. Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

alt 
Links: In de Gelderlander stond in 1888 een korte beschrijving van de elektrische centrale, bron: Gelderlander 25-04-1888, rechts booglamp Willem Smit uit 1885/1886 voor de verlichting in Nijmegen.

Getuigschrift
Het duurde vrij lang voordat Willem een getuigschrift van de gemeente Nijmegen ontving, maar in 1891 was het zover en Burgemeester P.C. Bijleveld stuurde hem een gunstig getuigschrift. In 1913 bracht de Staatscommissie voor de Elektriciteitsvoorziening haar rapport uit en bestempelde deze centrale als de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale van Nederland, ondanks dat de centrale slechts stroom voor de publieke verlichting leverde.

keizerkarelplein1887b
Keizer Karelplein Nijmegen 1887, bron: Stichting Willem Smit Historie  Nijmegen.

In 1887 schrijft de hoofdopzichter van Nijmegen, dhr.W. Hofkamp het volgende verhaal over de elektrische straatverlichting in Nijmegen.

 

Bron: Nederlandse Maatschappij ter bevordering van Nijverheid (1-1-1887).

Uitbreidingen
In 1893 werd de centrale uitgebreid met een stoommachine en een dynamo van 11 kW en werden nog eens 15 booglampen aangelegd. (zie foto hieronder).

Eerste Electrische centrale Nijmegen 1893

Bron: Archief Smit Slikkerveer / Kees Tym.

Dit is een van de eerste foto's waarop het zojuist gebouwde station van Nijmegen te zien is met straatlantaarn van Willem Smit. (1893). De lantaarn is te zien achter de paard en wagen in het midden vooraan.  Klik op de foto om te vergroten. . 

Station Nijmegen rond 1900

Hier zien we de straatlantaarn van Willem Smit (van de foto erboven uitvergroot (1893).

De uitbreiding was nodig vanwege de bouw van het nieuwe centraal station van Nijmegen, waarvoor ongeveer tien booglampen nodig waren om de stationshal en het gebouw rondom te verlichten. Willem Smit leverde de elektrische verlichting. Elders in de stad werden nog enkele booglampen geplaatst op centrale punten. Bij de stationshal was een ruimte met een schakelbord dat twee dynamo's aan dreef en een accu-laadinrichting, deze voorzag de gloeilampen en booglampen van elektriciteit. Dit werd geleverd door Willem Smit.

Station Nijmegen 1893 1886_lantaarninstationshal

Links een prachtige foto van het nieuwe centraal station in Nijmegen (1893), rechts een booglamp in detail.

 

Dit paneel heeft van 1895 tot 1924 dienst gedaan als schakelbord op het station van Nijmegen. Er werden twee dynamo's en een accu-laadinrichting mee bediend die de elektriciteit leverden voor de boog- en gloeilamp-verlichting van het emplacement en de perrons. Midden hoog: cellenschakelaar voor het schakelen van de accubatterijen. Midden laag: shunt-regelaars voor de dynamo's. Tweede rij: hefboom- en maximaal¬schakelaars. Onderste rij: open loden smeltveiligheden. Dit paneel bevindt zich tegenwoordig in het Spoorwegmuseum. Afkomstig van het oude techniekmuseum EnergeticA, Amsterdam.
Wie heeft een duidelijkere foto? Graag sturen naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . 


Het station in Nijmegen (de vestibule) tussen 1892-1900. Zie de 2 booglampen van Willem Smit hoog aan het plafond.. Bron: geheugenvannederland.nl 

Booglampen in de stationshal van centraal station Nijmegen (1893-1895) Booglampen in de stationshal van centraal station Nijmegen (1893-1895)


We zien een vijftal booglampen op deze foto van de stationshal (1893).

Willem Smit en Adriaan Pot ?? 1893

Stationshal Nijmegen 1893. Curieus aan deze foto is dat de twee mannen die precies onder de zojuist aangelegde booglamp staan, zeer veel weg hebben van Willem Benjamin Smit en Adriaan Pot , de oprichters van Smit Slikkerveer.  Zijn dit Willem Smit en Adriaan Pot ?? Een fotoalbum van Cor Pot, de zoon van Adriaan Pot en latere directeur van Smit Slikkerveer kan uitkomst bieden. Hieronder 2 foto's uit  het bewuste album van Willem Smit en Adriaan Pot in jongere jaren.

Hieronder, links zien we Willem Benjamin Smit rond 1882-1883. De gelijkenis met de man met de bolhoed op de foto hierboven (1893) vind ik vrij groot. Hij is iets ouder geworden, hij draagt de snor iets anders, een klein baardje, langer haar en een bolhoed op. De oogopslag is ook het zelfde. De foto rechts onder is Adriaan Pot. Deze foto is ongeveer uit dezelfde tijd als de foto op het station en deze man is onmiskenbaar Adriaan Pot.

Verder is de combinatie van deze 2 heren natuurlijk uniek als je bedenkt dat ze staan bij de zojuist aangelegde stationshal in Nijmegen, waar ze ook nog eens de booglampen hebben aangelegd. Ze staan er direct onder, de kabels hangen nog te bungelen. Vergroot de foto van de stationshal met de gewelven hierboven maar eens dan zie je wat ik bedoel. Genoeg bewijs om aan te nemen dat dit Willem Smit en Adriaan Pot zijn die zojuist de elektrische verlichting op het nieuwe station in Nijmegen hebben aangelegd in 1893.

Willem Benjamin Smit (1882-1883) Willem Benjamin Smit (1882-1883)

Links: Willem Benjamin Smit (1882/1883), rechts: Adriaan Pot (1895). Bron: Fotoalbum/knipselboek Cor Pot, met dank aan Paul Asselbergs. 

Waalkade Nijmegen met tuimellantaarn Smit Slikkerveer

Waalkade Nijmegen rond 1900 met duidelijk de mooie tuimellantaarns van Willem Smit prominent in beeld, bron: collectie Rudo Hermsen 

 

http://www.inghist.nl/media/bwg/images/3/-032.jpgOprichting elektrische centrale in Nijmegen (1908)
In 1892 waren er aanvragen van particulieren en bedrijven om ook op de elektrische centrale aangesloten te worden. Dit werd afgewezen. In 1908 werd dit verzoek pas gehonoreerd met de komst van de Gemeentelijke Elektriciteitswerken Nijmegen, en een centrale die ook leverde aan fabrieken en particulieren. Initiatiefnemer tot deze centrale was dhr. Herman Lohr, directeur P.E.G.M. (1871-1948).

Een mooie foto van de bouw van de elektrische centrale aan de Waalkade met links nog de tuimellantaarn van Willem Smit en rechts nog een booglamp ter verlichting van de bouw (1908). Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Bouw elektriciteitscentrale aan de Waalkade in Nijmegen, 22-9-1908. Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Boekje Gemeentelijke Electriciteitswerken Nijmegen 1910

De elektrische centrale Nijmegen in 1910 (een serie van 4 boekjes "Gebruikt electriciteit"). Bron: Collectie R. Hermsen.

Waar is de tuimellantaarn gebleven ?
Er is zeer weinig van de historische elektrische verlichtingsgeschiedenis uit Nijmegen bewaard gebleven, maar toch, behalve een oude gaslantaarn zou er volgens enkele artikelen op het internet bij de Steinweglaan in Nijmegen (Goffertpark) nog een tuimellantaarn te vinden zijn. Dit hebben we natuurlijk onderzocht, maar het blijkt zeker niet de tuimellantaarn van Willem Smit te zijn die daar staat, maar een mooi exemplaar uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. Of hebben we hem over het hoofd gezien?

Elektrische lantaarn zoals deze op de Steinweglaan in Nijmegen te vinden is (1930) Elektrische lantaarn zoals deze op de Steinweglaan in Nijmegen te vinden is (1930)
Foto: Erik de Vries.

Boven links / rechts foto's van een oude straatlantaarn aan de Steinweglaan in Nijmegen, waarvan men dacht dat dit een overblijfsel was van de originele tuimellantaarn van Willem Smit uit 1886. Hieronder de echte tuimellantaarn. Je ziet duidelijk het verschil. Deze lantaarn is een kopie van de Berlagemast ontworpen door Piet de Zwart , waarvan er in Nijmegen veel gestaan hebben. (info: Christiaan Toorop).

GEVONDEN ............ IN HET KRONENBURGERPARK - DE TUIMELLANTAARN VAN WILLEM SMIT UIT 1886 !!!
Na mijn oproep in dit artikel wees Christiaan Toorop mij op een website waar enkele foto's te vinden waren van de Nijmeegse tuimellantaarn. Er is nog één exemplaar te vinden in het Kronenburgerpark in Nijmegen, op een heuvel aan de zuid-westhoek van het park. De mast is nog helemaal origineel , maar de armatuur is al verschillende keren vervangen. Binnenkort gaan wij dit erfgoed uit 1886 nog een keer fotograferen. In steden als Valencia en Boedapest heeft men de oude straatlampen uit de industriële revolutie aangepast aan de moderne tijd. Overal zie je daar de oude originele straatlampen uit begin 1900 met de oude armatuur maar voorzien van moderne lampen. Het lijkt me een fantastisch idee om in Nijmegen aan de Waalkade weer de oude nostalgische tuimellantaarnlampen te plaatsen ! Een idee voor de gemeenteraad ?

Tuimellantaarn van Willem Smit (met originele mast, de armatuur is verschillende keren aangepast). Tuimellantaarn van Willem Smit (met originele mast, de armatuur is verschillende keren aangepast).

 

Tuimellantaarn van Willem Smit (met originele mast, de armatuur is verschillende keren aangepast). De echte tuimellantaarn van Smit zoals deze te zien was bij het Station in Nijmegen (1889)

Foto's : http://www.dbl-verlichting.nl/, rechts de Tuimellantaarn zoals hij in 1889 op station Nijmegen te bewonderen was.

Waalkade 1933 met de tuimellamp, andere kap maar onderstel nog van de eerste tuimellantaarn. Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

De tuimellantaarn was jaren lang een vertrouwd beeld in Nijmegen. Op veel briefkaarten en foto's waren deze lantaarns te zien. Hieronder een collage van briefkaarten en foto's die ik in de loop van de tijd verzamelt heb. (bij sommige lantaarnpalen is in de loop van de tijd de armatuur aangepast, maar de lantaarn is nog origineel). Klik HIER voor een artikel met meer foto's van de teruggevonden tuimellantaarn.

Rudo Hermsen

Tuimellantaarn Nijmegen 1890 (pentekening Willem Benjamin Smit)  Tuimellantaarn Kronenburgerpark juli 2011 (datering 1886-1888)

Pentekening van de tuimellantaarn gemaakt door Willem Smit in 1885

De gemeente Nijmegen heeft er ook een mooi herdenkingsbordje bij geplaatst in het Kronenburger park.

008
036
042
048
106
151
1886_lantaarninstationshal
1886_stationshal_verlichtingskabels_noggeenlamp
1886_stationshalnijmegen_booglamp
1886tuimellantaarn22
1904_nogeentje
1906
1910_keizerkarelplein_hotelKeizerkarel
1918
1939_nijmegen_grotemarkt
aanbouwstationmettuimellantaarninhal1892
awaalkade022
bisschophamerstraat_verlengde_molenstraat1900
booglampverlichtingnijmegen1886
eersteperron1893
gemeentewaterleidingbedrijf_nieuwemarktstraat_1925
gierpont1900
grotemarkt1904_met2tuimellantaarns
grotemarkt1921
grotemarkt1930
hal_stationNijmegen_1913
hal_stationNijmegen_1913_zoomin
hanglamp1886WSmit
hotelbellevue_spoorstrat1921
hotelvictoria1925
hunerpark
keizerkarelplein1887
keizerkarelplein1887_b
keizerkarelplein1887b
keizerkarelplein1887c
keizerkarelplein1887f
keizerkarelplein1887h
keizerkarelplein1888
keizerkarelplein1888_zoom
keizerkarelplein1889
keizerkarelplein1890
keizerkarelplein1890_zoom
keizerkarelplein1896
keizerkarelplein1899
keizerkarelplein1899_zoom
keizerkarelplein1900
keizerkarelplein1900_b
keizerkarelplein1900_c
keizerkarelplein1900_d
keizerkarelplein1900_e
keizerkarelplein1900_zoom
keizerkarelplein1901
keizerkarelplein1901_b
keizerkarelplein1901_d
keizerkarelplein1901a
keizerkarelplein1902
keizerkarelplein1902b
keizerkarelplein1908
keizerkarelplein1910
keizerkarelplein_tuimellantaarnaangepast_1930
keizerkarelplein_tuimellantaarnaangepast_1940
kelfk001
kkarel002
kkarel026
kkarel036
kkarel040
kkplein
kkplein1900
kkplein2
kronenburgerpark
kruiendijsopdewaalnabijdegrotestraatwinter1890_1891
MontenbergNijmegenKeizerKarelsplein[1]
nassaulaan
nijmegen_oranjehotel_1901_mettuimellantaarn
nogmaals1913
oranjehotel1900
oranjehotel1904
oranjehotel1910
oranjehotel3
Oranjehotel_stationsplein
Oranjehotel_stationsplein2
oranjes002
Stadsreiniging1902
stastion1886ee
station1
station1887eew
station1887iio
station1888ooo
station1889
station1889zoom
station1898
station1898_d
station1899
station1900_c
station1900_d
station1900_e
station1900ew
station1900ss
station1900xx
station1901e
station1901etu
station1901w
station1901ws
station1901xx
station1902er
station1902uio
station1903
station1903b
station1903yy
station1904
station1904s
station1908
station1908z
station1910
station1910_d
station1910z
station1912
station1912_d
station1912_f
station_bouw_1893_tuimellantaarn
station_perron_1895
stationahal_booglamp1893b
stationnijmegen1900_g
stationnijmegen1913
stationnijmegenmetbooglamp1913
stationshal1892
stationshal1893_booglamp_plafond
stationshal1893a
stationshal1893b
stationshal1893booglamp3
stationshal1893cBooglampen
stationshal1893d
stationshal1893dBooglampgroot
stationshal_booglamp1893
stationshal_booglamp1893d
stationshal_booglamp1893e
stationshal_booglamp1893f
stationshal_booglamp1893f2
stationshal_booglamp_1886c
stationspl003
stationspl004
stationspl007
stationsplein1910
stationsweg1920
tuimellantaarn1886
tuimellantaarn1886_2
tuimellantaarn1908
tuimellantaarn_bouw_electriciteitscentrale_01091908_benedenstadNijmegen
tuimellantaarn_new
tuimellantaarn_proefneming
tumellantaarn_hotelkeizerkarel
verlengdemolenstraat1904
vestibuleinstation1895
waalkade007
waalkade021
waalkade1899xx
waalkade1900
waalkade1900_d
waalkade1900_z
waalkade1900e
waalkade1900f
waalkade1900g
waalkade1900pp
waalkade1900x
waalkade1900xa
waalkade1901
waalkade1901ety
waalkade1901f
waalkade1901g
waalkade1901y
waalkade1901z
waalkade1902
waalkade1902b
waalkade1904ss
waalkade1910
waalkade1910a
waalkade1915
waalkade1924
waalkademettuimellantaarn
001/179 
start stop bwd fwd

Wie heeft nog fotomateriaal van deze tuimellantaarn. Ze kwamen vaak voor op ansichtkaarten uit die tijd. Je kunt deze digitaal sturen naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Bronnen: Elektriciteitscentrales in Nederland, J. Hoek / Holec Historisch Genootschap / Archief Smit Slikkerveer (Kees Tym)/ Archief Nijmegen / Wikipedia / Archief Smit Nijmegen /Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

Reacties mogelijk gemaakt door CComment

Historische nieuwsflits

Heemaf elektromotor voor de Transformatorenfabriek (1938)

Onderstaande foto's kwam ik tegen in Techniekmuseum het Heim. Heemaf en Smit waren in die tijd zeker ook concurrenten, maar soms ook klanten van elkaar, zoals blijkt op onderstaande prachtige foto's. Het zelf gebouwde benzine-elektrische locomotief "Sientje" duwt op 15 juli 1938 een kuilwagen (beladen met een door Heemaf voor Willem Smit in Nijmegen gebouwde elektromotor) naar de overgave sporen.  

Heemaf_elektromotor_tbv_WillemSmit_Transformatorenfabriek_1938.jpg

Aankomst op de overgavesporen nabij de NS spoorlijn Hengelo – Almelo. De kuilwagen op drieassige draaistellen is eigendom van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek.

Heemaf_elektromotor_tbv_WillemSmit_Transformatorenfabriek_1938.jpg
Bron: Techniekmuseum het Heim. en http://www.industriespoor.nl/

Klik HIER voor meer informatie over de zelfgebouwde locomotief "SIentje" van de HEEMAF.

Schrijf reactie (0 Reacties)

Vervoer transformator voor station Kruithuis Delft (EZH) (1957)

Hieronder een artikel over het vervoer, iv.m. een uitwisseling, van een 150/25/10 kV transformator van het station Lange Gracht (voormalige SLF) in Leiden naar het 150 kV station Kruithuis in Delft van de EZH.  Wegens de overgang van 25 kV op 50 kV in het verzorgingsgebied van de SLF (het Rijnland) was deze transformator hier niet meer toepasbaar.

In Delft (het Delfland) bleef men de tussen spanning van 25 kV tot begin 21-ste eeuw toepassen. In de vijftiger jaren nam hier de vermogens behoefte sterk toe zodat deze transformator in het Kruithuis een geschikte plaats kon vinden als versterking van de reeds aanwezige 150 / 25 kV transformatoren.

Trafo Leidse Gasfabriek 17-04-1957

Leidsche Courant 17-04-1957

Schrijf reactie (0 Reacties)

Bedrijfsfilm videobox

Cloud tag

Laatste artikelen

Laatste reacties

      LEES MEER

Wie is online

We hebben 371 gasten en geen leden online

Statistieken

Aantal bekeken pagina's
9461043
DMC Firewall is developed by Dean Marshall Consultancy Ltd