Smit Transformatoren
Spoelenmontage 1921
Thomas Rosskopf (1880-1953)
De oprichter van Smit Transformatoren, Draad, Weld en Ovens
Smit Slikkerveer
Elektrische centrale Tandjong Priok (1895)
Professor Nolen (1938)
Beproeving oude gramme dynamo bij TU Delft
Smit Draad
Draadwals (1926)
Smit Slikkerveer
Wereldtentoonstelling Brussel 1910
Smit Transformatoren
Montage in de bak van een 4000 kVA transformator (Amsterdam 1916)
Smit Draad
Vrouw aan de omspinmachine (1926)
Thomas Rosskopf
Excursieleider KIVI bij Smit Slikkerveer (1911)
Transformatoren
Smit Slikkerveer 1912
Hoogte Kadijk
Transformatoren (1936)
Smit Slikkerveer
Generator 1500 kW (1913)
Smit Draad (1921-1927)
Kijkje in de Draadfabriek
Smit Elektroden
Laselektroden afdeling 1935
Smit Transformatoren (1916)
4000 kVA transformator
Smit Gas Generatoren
1965-1969
Smit Ovens
Vervoer van een grote oven per slede (Groenestraat Nijmegen 1936)
Willem Benjamin Smit (1860-1950)
Elektriciteitspionier en grondlegger van de Smit bedrijven in Nederland
Het vervoer van transformatoren d.m.v. paardentractie (Smit Transformatoren 1913-1915)
Dit duurde weken...

Laatste updates

Fritz Tauber - een verhaal over een Joods technisch tekenaar die door door de directie van Smit Transformatoren uit Kamp Westerbork werd gehaald (1942).

Fritz Tauber (1906-2004) was een legale Joodse emigrant die in 1938 vanuit Oostenrijk naar Nederland vluchtte vanwege het opkomende Nationaal Socialisme.Fritz Tauber Hij vond werk bij Smit Transformatoren (tekenaar/constructeur) en werd op 18 november 1942 opgepakt door de Nazi's en samen met zijn vrouw naar kamp Westerbork gestuurd. De directeur van Willem Smit & Co (Rosskopf) deed verwoede pogingen om hem weer vrij te krijgen middels briefcorrespondentie en steeds maar weer inpraten op de Duitse leiding. Men stelde : "Zonder Frits kunnen we geen Transformatoren maken, hij is een essentiële schakel in het proces". Uiteindelijk resulteerde dit in de vrijlating van Tauber en zijn vrouw op 21 november 1942. Enkele maanden later doken zij onder. Na 2 jaar ondergedoken gezeten te hebben in Friesland volgde op 17 April 1945 de bevrijding. Na de bevrijding ging hij weer werken bij Smit Transformatoren, het bedrijf dat zo belangrijk voor hem en zijn vrouw was geweest.

Opmerkelijk is dat er dus 2 boeken zijn uitgegeven van de belevenissen van oud medewerkers van Smit Transformatoren tijdens WO II. Het andere boek is onlangs in Nederland uitgegeven "Dansen in schuilkelders" van Johanna Wycoff-de Wilde. Mochten er nog meer oorlogsboeken zijn uitgegeven die zich afspeelden bij Smit Transformatoren dan hoor ik dat graag. 

Hieronder het verhaal van Fritz Tauber:

Vlucht uit Oostenrijk / aan de slag bij Smit  (1938)
In 1938 kwam de Oostenrijker Fritz Tauber met zijn vrouw aan in Nederland, letterlijk uit zijn huis/land verjaagd omdat hij van Joodse afkomst was. Nederland was in WO I neutraal gebleven en hij had goede hoop dat wanneer het tot een oorlog zou komen Nederland weer neutraal zou zijn. Hij dacht in Nederland veilig te zijn, maar dat bleek een illusie.

Fritz Tauber had jaren gewerkt bij Siemens Schuckert en Elin A.G. in Wenen, als constructeur/technisch tekenaar. Bij Elin hield hij zich tot 1938 bezig met de constructie van de 150 kV regelschakelaars en dat was zeer interessant voor Smit die toen nog niet zover waren. Door contacten tussen de directie van Smit en Elin kwam Rosskopf erachter dat de constructeur Fritz Tauber - die hen zo goed had geholpen met een Regeltransformator - zijn baan kwijt zou raken vanwege zijn Joodse afkomst, daarnaast werd het voor Fritz veel te gevaarlijk in Oostenrijk. Er werd een contract getekend en Fritz Tauber kreeg een werkvergunning in Nederland. Hij emigreerde zo snel hij kon met zijn vrouw naar Nederland met 25 Gulden en een passer op zak. 

Siemens Schuckert en Elin waren in die tijd technisch een voorloper op het gebied van de Regeltransformatoren en daarbij kwam zijn kennis zeer goed van pas. Er werd een huis geregeld voor de familie Tauber midden in Nijmegen.

In een bovenwoning aan de Mariënburg 70 werden zij ondergebracht. Anno 2020 zien we dat deze bovenwoning in het monumentaal pand nog steeds bestaat en gelegen is rechts naast café restaurant Toon en boven café Faber dat nog steeds huisnummer 70 heeft. De exacte locatie komen we binnenkort te weten.


Tekenkamer Smit Transformatoren 1949. Bron: Personeelsblad Smit Transformatoren. Foto: Onbekend, bedrijfsfotograaf.

Lees meer

De verliezen van de transformator

Het rendement van de transformator sept 2022

Het rendement als je energie transformeert

Een elektromotor zet elektrische energie om in mechanische energie, een elektriciteitscentrale zet thermische energie ( door verbranding van gas of kolen ) om in elektrische energie. Er zijn altijd verliezen als je energie omzet en dat druk je uit in het rendement van de omzetter. Een kolencentrale heeft maar een rendement van 40% ( zie ook Carnot rendement op Wikipedia ) maar een elektromotor wel 90%. De transmissie van een personenauto auto zet de mechanische energie met het hoge toerental van de motor om in mechanische energie met een laag toerental van de wielen, met een rendement van ca 85% tot 90%. Een transformator, zoals in een transformatorhuisje op de hoek van de straat, zet de elektrische energie bij een hoogspanning van 10.000 Volt om in elektrische energie met lage spanning van 380 Volt. Het rendement is daarbij 99% tot 99,5%.
Het vergelijken van rendementen is niet zonder risico, want je moet wel goed afspreken wat je wel of niet meeneemt. Het rendement van een elektrische auto is veel hoger dan van een benzineauto, maar het rendement van de elektriciteitsopwekking moet je dan wel meenemen in de vergelijking. Je moet altijd de hele keten bekijken.

Het verbeteren van het rendement van een transformator betekent dat je de het totale verlies moet verminderen. Je dient de nodige kennis van het product te hebben om alle stukken verlies te bepalen, wat bij elkaar opgeteld het totale verlies geeft. Het verlies van een transformator bestaat globaal uit drie stukken.

  1. Het verlies in de kern van de transformator, wat ook wel het nullastverlies genoemd wordt. Deze verliezen heb je als er spanning op de transformator staat, maar hij nog geen energie omzet. Je kunt dat vergelijken met een auto die stil staat in de file. De motor draait en je verbrand benzine en er is dus verlies, maar het resulteert niet in mechanische energie want je rijdt geen meter.
  2. Het verlies in het koper, terwijl er een stroom door heen loopt. Je berekend dat via de wet van Ohm. Je gaat er daarbij van uit dat het een gelijkstroom is, zoals de stroom uit een accu. Men noemt dit ook wel het gelijkstroomverlies.
  3. Het verlies in allerlei metalen delen in de transformator, vanwege het wisselend magnetisch veld door de wisselstromen in de wikkelingen. Als een metaal in een wisselend magnetisch veld zit, dan lopen er stromen binnen in het metaal. Men noemt dat wervelstromen en dat resulteert in wervelstroomverliezen. Men noemt het ook wel wisselstroomverlies.Deze verliezen kennen we van het inductie koken. De bodem van de pan wordt warm door de wervelstromen die er daar in rond lopen. Het gelijkstroomverlies en het wisselstroomverlies opgeteld noemt men ook wel het lastverlies of kortsluitverlies. De laatste naam is de technische term en gerelateerd aan de meetmethode.

De nullast verliezen in de transformator

Deze verliezen heb je altijd als er spanning op de transformator staat en de transformator niet belast wordt. Er loopt een zeer kleine nullast stroom en de transformator heeft nul last. Deze verliezen zitten in het ijzer van de kern. Je kunt beter spreken van kernblik of “electrical steel”, want het is eigenlijk een ijzerlegering met een bepaalde functionaliteit. De verliezen worden veroorzaakt door het wisselen van het magnetische veld in het kernblik met een frequentie van 50 Hz.
Er is altijd veel onderzoek gedaan om het verlies van het kernblik te verlagen. Dit verlies wordt uitgedrukt in Watt per kg bij een referentie magnetische belasting ( een inductie van 1 T bij 50 Hz zie ook fig 1 ). Verlies kost geld en de warmte die daarbij ontstaat moet je ook nog afvoeren door te koelen. Het elektriciteitsbedrijf wil vooral zo laag mogelijke verliezen bij een nieuwe transformator. Die rekent uit wat 1 kW nullast verlies kost als de transformator altijd onder spanning staat gedurende zijn hele leven.

Lees meer

De dwarsregel transformator; de “verkeersregelaar” voor het elektriciteitsnet

DwarsregelaarDe energietransitie is de overstap van fossiele energie naar duurzame energie zoals zon, wind en water. Je hoort uitspraken zoals “vandaag is wel 80% van de elektriciteit duurzaam opgewekt”. Die elektriciteit wordt “ergens” opgewekt maar de gebruiker is “ergens anders ver weg“. De elektrische energie dient op elk gewenst moment bij elke gebruiker te komen, en de vraag is dan ook: hoe regel ik dan het transport. Denk eens aan het volgende realistische scenario: Het is bewolkt en windstil in Nederland, maar het waait flink in de Oostzee bij Duitsland. Het elektriciteitstransport over al die parallelle hoogspanningslijnen mag nergens leiden tot een overbelasting.
De eerste stap naar een oplossing is het net nog verder verzwaren. Als er nu ergens een 30 MVA transformator moet worden vervangen, dan heeft de nieuwe transformator een vermogen van 80 of 100 MVA. Staat er al een 500 MVA koppelnettransformator, zet er maar 2 extra naast.
De tweede stap is het inzetten van de dwarsregeltransformator. Deze transformator kan de energiestromen over parallelle lijnen optimaal regelen en zo het totale elektriciteitstransport maximaliseren. We gebruiken meestal het woord dwarsregelaar, dat spreekt en schrijft wat gemakkelijker.
Een dwarsregelaar was vroeger zelden nodig. Dit stukje geschiedenis van Smit begint daarom pas in 1995, want toen werd pas de eerste dwarsregelaar geleverd. De ontwikkelingen gaan heel snel, mede gestimuleerd door de energietransitie. Een dwarsregelaar is eigenlijk een normale transformator met kern en wikkelingen, alleen de wikkelingen zijn anders geschakeld. Het lijkt simpel, maar dat heeft wel veel invloed op het elektrisch en mechanisch ontwerp. Het is een technische uitdaging om een dwarsregelaar te maken door de beperkingen van zowel de regelschakelaar als het transport.
Twee praktijksituaties in Nederland worden beschreven waarbij een dwarsregelaar de oplossing was. Dat was in het 150 kV net van EZH in Zuid-Holland en in de 400 kV verbindingen naar Duitsland bij Meeden in Groningen.  

De dwarsregelaar, wat is het?
De regeltransformator ( zie bijlage A ) is al langer bekend en wordt veel toegepast in het 10 kV net. Die maakt een regelbare spanning die in fase is met de netspanning ( zie fig A.3 en A.4 ). Er zijn twee mogelijkheden om dat te doen, namelijk een directe en een indirecte ( zie fig A.1 en A.2 ) Een dwarsregelaar is een transformator die een regelbare spanning maakt die 90 graden in fase verschoven is t.o.v.de netspanning. Er zijn 4 mogelijkheden om dat te doen, maar welke wordt het?
We laten alleen de twee keuzes zien van de dwarsregelaars die in Nederland staan. 

Het eenvoudigste is de asymmetrische directe regeling ( fig 1 ). Als de dwarsspanning (horizontale rode pijltje) groot is t.o.v. de netspanning, dan is het verschil in ingaande (rode verticale pijl) en uitgaande spanning (schuine zwarte pijl) te groot. Je kunt ook zeggen dat de fasehoek ( phase shift in het engels ) boven een bepaalde grens komt. Je moet dan overstappen op een symmetrische directe regeling, die heeft dat nadeel dan niet.
De dwarsspanning van de regelwikkeling is in fase met de hoogspanningswikkeling die tussen de ander fasen zit. Deze twee groen omcirkelde wikkelingen ( zie fig 1 ) zitten om dezelfde kernpoot, alleen je maakt “gewoon” andere verbindingen in de transformator. Je ziet dat de regelwikkeling met bijbehorende bekabeling en de regelschakelaar rechtstreeks aan het net “hangen” en dus daarvoor ook geschikt moeten zijn.

Lees meer

De bestorming van de Amerikaanse transformatormarkt door Smit

Auteur : Piet Waterhout – Hoofd Projecten in 1978

Er was eens …… een jonge Italiaan, die kort na W.O.II naar Zürich trok om aan de ETH te gaan studeren voor werktuigbouwkundig ingenieur. Hij ontmoette daar een Amerikaans meisje, dat gerelateerd was aan het befaamde geslacht Rockefeller. Na voltooien van zijn studie keerde hij met haar terug naar Italië, waar ze enige tijd later zouden trouwen. De jonge ingenieur trad in dienst bij GMT (Grande Motori di Triëst), een fabriek van grote dieselmotoren in Triëst, tegenwoordig onderdeel van Wärtsilä. Om zijn jonge vrouw een plezier te doen en om het avontuur trok het jonge paar na enige tijd naar de VS, waar hij vertegenwoordiger werd van GMT. Zijn naam: Giorgio Caciopuotti.
Er was eens …….. in het roerige Rusland net na W.O. I met de strijd tussen de bolsjewieken (de rooien) en de aanhangers van de tsaar (de witten) een jong “wit” echtpaar dat geen hoop op een goede afloop had en vluchtte met hun zoontje naar Japan. Het joch bleek een talenwonder, had het Japans snel onder de knie en zwierf op latere leeftijd over de wereld en verdiende al handel drijvend een goede boterham. Op zijn reizen door Zuid-Amerika had hij zijn moeilijk uit te spreken Russische naam veranderd in een naam met een wat lokalere kleur. Zijn naam werd toen: George Mendoza.

Het duurde niet lang voordat de twee boven geïntroduceerde personen elkaar hadden gevonden en samen een handelskantoor begonnen met Giorgio als president en George als vice-president onder de naam AMLICO: American Ligurian Company. Het kantoor handelde in alles wat los en vast zat, voornamelijk met import van kapitaalgoederen uit Italië. In hun portefeuille zat o.a.de vertegenwoordiging van een Italiaanse transformatoren fabriek Savigliano. Op een voor AMLICO ongelukkig moment werd deze fabriek overgenomen door de machtige Amerikaanse energiereus General Electric en toen was het afgelopen met de import van Italiaanse transformatoren: geen concurrentie van een dochter op de thuismarkt! AMLICO wilde haar opgedane ervaringen echter continueren en ging op zoek naar een andere leverancier van grote transformatoren.
Het was in deze tijd, dat de kersverse - gelet op het aantal dienstjaren - CEO van SMIT Transformatoren - drs. Ruud Nieuwenhuis - zich aan het oriënteren was om de afzet van “droge” transformatoren te vergroten. Deze apparaten werden in de fabriek van SMIT in Ede gefabriceerd en hadden in tegenstelling tot de gewone transformatoren geen olie of andere vloeistof als koel- en isolatiemiddel. De beide wikkelingen werden gegoten in giethars en de markt voor deze transformatoren met hun specifieke kenmerken was klein en hun prijs relatief hoog.
Tijdens een reis door de VS om het product te promoten kwam Ruud in contact met AMLICO, die hem de vraag voorlegde of SMIT geïnteresseerd zou kunnen worden om via AMLICO de Amerikaanse markt te betreden. Om ons op weg te helpen gaven de heren Ruud een dik boek mee, opdat wij ons een beeld konden vormen van die Amerikaanse markt.
Als gevolg van de op instignatie van Ruud uitgevoerde grote reorganisatie van enige jaren geleden, was o.a. de afd. Constructie opgeheven en was ik belast met de leiding van de afdeling Projecten. Deze afdeling fungeerde als schakel tussen afdeling Verkoop en de afdelingen Berekening, Constructie en Bedrijf. (Ik zei altijd, dat wij de wensen van de klant vertaalden naar andere afdelingen van het bedrijf). Op zekere dag kreeg ik een telefoontje of ik langs wilde komen bij Ruud. Hij vertelden mij over zijn recente bezoek aan de VS en het verzoek van AMLICO. Hij overhandigde mij het BOEK en verzocht mij om het te bestuderen en te onderzoeken of wij met enig succes op de Amerikaanse markt zouden kunnen opereren.

Het BOEK bleek een opsomming te zijn van alle Amerikaanse energiebedrijven, die één of meer transformatoren van groot vermogen en hoge spanning in bedrijf hadden (vandaag de dag vind je die informatie op Internet!). Het was zeer interessante lectuur en na enig rekenwerk was mijn conclusie, dat met maar 1% van deze markt in handen onze omzet in grote transformatoren tenminste zou verdubbelen. Over het prijsniveau was helaas geen informatie te vinden, maar daar konden we op een andere manier achter komen. 

Lees meer

Shunt spoelen – verleden, heden en toekomst

Hoe houd ik spanning uit het stopcontact stabiel? Als hij te hoog is branden de lampen door of worden de zonnepanelen afgeschakeld. Als hij te laag is loopt het motortje van de ventilator niet aan en kan zelfs doorbranden. Er is dus een bovengrens en een ondergrens van de spanning.

Dat is niet alleen thuis bij het stopcontact, maar ook elders in het elektriciteitsnet. De spanning moet stabiel zijn onder allerlei omstandigheden, wel of geen zon op de zonnepanelen, wel of geen wind bij de windmolen, wel of geen koude winterdag. Een oplossing is het gebruik van shuntspoelen. Deze oplossing was al bekend en werd “vroeger” af en toe toegepast.

De energietransitie maakt een veelvuldige toepassing echter noodzakelijk. Het ontwerp, de constructie, de fabricage en de beproeving van een shuntspoel vereisen dezelfde vaardigheden als bij een transformator. Smit Transformatoren is zich intensiever op dit marktsegment gaan richten. Er is nu een redelijke omzet van shuntspoelen, alhoewel in omvang wel geringer dan van transformatoren.  De elektriciteitsbedrijven doen daarmee een aanzienlijke investering voor een betrouwbaar en stabiel elektriciteitsnet. 

Waarom zijn er eigenlijk shuntspoelen? 

De waarde van de spanning in het hoogspanningsnet moet dus binnen zekere grenzen blijven. Niet te laag en niet te hoog. Vroeger was de spanning te regelen door de bekrachtiging van de generator in de elektriciteitscentrale te variëren. Dat was gemakkelijk, want die centrales waren ook nog eens netjes verspreid over het land.

De spanning aan het begin van een lange lijn kan heel anders zijn dan aan het einde en kan dus buiten zijn toegestane grenzen komen. Een laag energietransport resulteert in een hogere spanning aan het eind van de lijn,  ook wel “Ferranti effect” genoemd. Dit is voor het eerst vastgesteld in 1887 ( zie ook Wikipedia ).  Je kunt deze hoge spanning verlagen door een spoel aan te sluiten aan het eind van de hoogspanningslijn.  Zo’n spoel noemt men een shuntspoel of ook wel laadstroom compensatiespoel.   Shuntspoelen bestaan al heel lang, maar men had er niet zo veel behoefte aan. 

De veranderingen in het elektriciteitsnet, zoals vermogenstransporten over grote afstanden en de energietransitie met windparken op zee, maken de inzet van shuntspoelen noodzakelijk.  De netspanning blijft dan overal binnen de toegestane grenzen.

Je gebruikt een shuntspoel wel heel anders dan een transformator. Je schakelt de shuntspoel in als de belasting van het net laag is en dus de spanning aan het einde van de lijn hoog is, bijvoorbeeld ‘s nachts.  De shuntspoel werkt dus als een belasting die kan worden ingeschakeld als er weinig vraag naar energie is. De belasting wordt overdag weer hoog en dan schakel je de shuntspoel weer uit. De shuntspoel wordt dus veel in- en uitgeschakeld en krijgt dus daarom veel schakeloverspanningen te verduren. De spoel wordt ook afwisselend warm en koud. Dit intervalbedrijf is veel zwaarder dan het “rustige” continubedrijf van de transformator.

Lees meer

Monitoren van de transformator

DwarsregelaarHoe lang leeft deze transformator nog?

Een interessante vraag, die vroeger bijna nooit gesteld werd. Dat is in de huidige tijd wel anders, maar waarom is dat eigenlijk?

Het elektriciteitsbedrijf bestelde vroeger altijd een transformator met een vermogen voor de verre toekomst. De transformator zat dus gewoon vanaf het begin ruim in zijn jasje. Het risico van het uitvallen van de spanning moest ook zo nog eens klein mogelijk zijn. Je zette dus drie transformatoren naast elkaar die samen het werk van een deden. Je ziet : De transformator hoefde helemaal niet zo hard te werken. Als er eens veel vermogen nodig was, dan was dat in de koude winter. Dat was vooral op maandagochtend als de fabrieken weer opstarten na het weekend. De maandag was ook nog eens wasdag bij menige huisvrouw.
Tegenwoordig is dat wel heel anders. Nu staan er maar 2 transformatoren naast elkaar die het werk van een doen. Het vermogen is nu het grootst op een hete zomerdag met draaiende airco’s in kantoren en zonnepanelen op de daken. De transformator moet tegenwoordig dus veel harder werken bij hogere temperaturen. De transformator veroudert daardoor veel sneller. De gebruiker wil nu weten hoe lang de transformator nog goed kan functioneren. Dat noemt men de restlevensduur bepalen. De gebruiker wil ook weten hoe lang hij de transformator kan overbelasten tijdens een storing in het net. Meten is weten, dus men gaat de transformator monitoren. Hoe lang leef ik zelf nog??
Ik wil graag gezond oud worden, maar wat moet ik dan doen? Ik kan gezond eten en voldoende bewegen. Ik onderhoud mezelf dus goed, maar is dat voldoende? Ik neem de griepprik om het gezondheidsrisico te beperken. Ik ben bloeddonor en ik geef 5 keer per jaar bloed. Mijn bloed wordt gecontroleerd en die controle is cruciaal voor de ontvanger van mijn bloed, maar ook belangrijk voor mij. Af en toe is er een speciale meting, dat noemt men bevolkingsonderzoek. Iedereen weet, dit alles biedt geen garantie op gezond oud worden. De kans daarop wordt wel groter, maar hoe groot die kans nu werkelijk is voor mij?

Hoe lang “leeft” deze transformator nog?
Je wilt de transformator zo lang mogelijk in bedrijf houden, wat moet je dan doen? Goed onderhoud is een eerste vereiste. De doorvoeringen en de regelschakelaar zijn het meest storingsgevoelig. De doorvoeringen kun je vervangen en de regelschakelaar kun je goed inspecteren. Een regelmatige meting van de oliekwaliteit geeft meer zicht op een mogelijk probleem. Dat alles is geen garantie voor een lange restlevensduur. Je wilt nu meer doen voor nog meer zekerheid. Je gaat dus die transformator monitoren. Dit alles biedt geen garantie dat die transformator lang goed blijft functioneren. De kans is wel groter, maar hoe groot die kans is voor die specifieke transformator?.

Overbelasten en overbekrachtigen

Overbelasten betekent een te hoge stroom door de wikkelingen, waardoor de temperatuur ergens in de transformator te hoog kan worden. De wiskundige formules om die temperatuur te berekenen staan in de “Loading guide”. Dat is een internationale norm, maar de formules hebben alleen betrekking op de temperatuur van het koper in de wikkelingen.
Over bekrachtigen resulteert in te hoge magnetische fluxdichtheid ergens in de kern, waardoor de temperatuur daar te hoog wordt. Er zijn geen algemene formules. Die formules moet de fabrikant zelf afleiden en die zijn ook nog eens afhankelijk van het ontwerp van die specifieke transformator.
Je weet nu de temperatuur formules en die kun je omwerken naar tijd formules. Je kunt dan de maximaal toelaatbare tijd van een overbelasting dan wel van een over bekrachtiging berekenen.

De “Loading guide” meter

Lees meer

Biografie professor Clarence Feldmann (1867-1941)

Professor Feldmann (1930)

Professor dr. ing. Clarence Feldmann werd op 14 januari 1867 te New-York geboren en was van Duits-Joodse afkomst. Hij ontving zijn opleiding in Duitsland. Van 1883 tot 1885 studeerde hij aan de Königlich Bayerische Industrieschule te Neurenberg, van 1885 tot 1888 aan de Technische Hogeschool te Darmstadt, waar toen een afdeling voor elektrotechniek was ingesteld. Hij behoorde daarmee tot de eerste generatie academisch geschoolde elektrotechnici. De elektrotechniek was op dat moment nog een wereld van pioniers. 

Tijdens zijn studie Elektrotechniek in Darmstadt vond de jonge Feldmann veel inspiratie bij zijn hoogleraar, Professor Erasmus Kittler. Rond 1885 was er weinig bekend over wisselstroom. De theorievorming rond de gelijkstroom was al veel verder en de algemene opinie in die tijd was dat gelijkstroom het zou gaan winnen van wisselstroom. Tijdens de studie van Feldmann schreef Kittler een prijsvraag uit om de huidige meetmethoden voor wisselstroom te onderzoeken en te verbeteren. Clarence Feldmann won deze prijsvraag. Dit zou zijn verdere loopbaan voor een belangrijk deel bepalen. In 1888 slaagde Feldmann met lof en werd hij voor een jaar lang de assistent van Kittler. 

Na zijn studie werkte Feldmann dertien jaar in elektrotechnische industrie, onder andere in Hongarije bij transformatorproducent Ganz & co in Boedapest (1889). Bij Ganz werkte hij mee aan de ontwikkeling van transformatoren, meetinstrumenten, wisselstroommachines en elektriciteitsnetten (voor verlichtingstoepassingen). In 1890 stapte Feldmann over naar Helios Aktiengesellschaft für elektrische Beleuchtung und Telegraphenbau in Duitsland. Bij Helios een producent van elektriciteitscentrales, zette Feldmann zijn werk voort in de bouw en het ontwerp van elektriciteitsnetten. Zijn industriële carrière verliep maar moeizaam, omdat hij zich erg beperkt zag in zijn mogelijkheden om zich te ontwikkelen en te experimenteren met nieuwe technologieën. Feldmann voelde zich bij Helios op een gegeven moment meer handelsreiziger dan elektrotechnicus en ging daarom het onderwijs in. In 1902 werd Feldmann privaat docent aan de Technische Hochschule in Darmstadt.

Feldmann was door zijn kennis opgedaan in de Verenigde Staten, Hongarije en Duitsland betrokken bij de aanleg van alle elektriciteitscentrales in Nederland (behalve Kinderdijk = Willem Benjamin Smit). Bron: Beeldbank Den Haag (free of copyrights).


Professor Feldmann zien we rechts achteraan - staande vierde van rechts met bolhoed en snor- bij de aanleg van elektriciteitskabels voor het G.E.B. in Den Haag (1905).

 

Lees meer

De Hoogspanning beproevingstrafo

De hoogspanning beproevingstransformator.

Je koopt een transformator en je wilt er wel zeker van zijn dat hij meer dan 30 jaar goed blijft functioneren. Een simpele vraag, maar hoe bepaal je dat? In de beginjaren van het elektriciteitsnet was het al duidelijk: Je moet alle componenten elektrisch beproeven; Transformatoren, kettingisolatoren, kabels vermogensschakelaars, scheiders, etc……….. Je wilt er zeker van zijn dat ze vele jaren de nominale spanning kunnen houden. Deze componenten dienen ook nog eens bestand te zijn tegen een veelvoud van schakeloverspanningen en bliksemspanningen.
De fabrikant was in het allereerste begin aangewezen op beproeving met wisselspanning. Men beproefde met een veel hogere wisselspanning ( 2 tot 4 keer de nominale spanning ) gedurende een korte tijd ( ca 1 minuut ). De hoogte en de tijdsduur van de proefspanning legde men later vast in internationale normen. Deze proef werd dan voorgeschreven in de bestelling.

Wat is de aangelegde spanning?

Het is eigenlijk heel simpel. Op een punt sluit je de wisselspanning aan en op een ander punt is de spanning nul volt, want dat punt leg je aan aarde. Er is GEEN elektrisch geleidende verbinding tussen deze twee punten in de vorm van een koperdraad. Je legt de spanning dus gewoon aan.
Er loopt toch een wisselstroom, want tussen deze punten is er wel een capaciteit. Denk maar aan een condensator, die bestaat uit twee metalen platen die elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar. Je legt een plaat aan een wisselspanning en de andere plaat leg je aan aarde, dan gaat er een stroom lopen. De grootte van die stroom wordt bepaald door de capaciteit ( uitgedrukt in Farad ). Ter illustratie : Een hoogspanningslijn ligt aan spanning en de grond is een elektrisch geleidend aardvlak. Er is dus een capaciteit tussen hoogspanningslijn en aarde. Men noemt dat een parasitaire capaciteit, want hij is niet gewenst.

Beproeven met de aangelegde spanning.

Voor het beproeven met een aangelegde spanning heb je een beproevings-transformator nodig. Je moet daarbij denken aan een transformator met een zeer hoge nominale spanning van 1000 kV ( een miljoen Volt ) en een lage nominale stroom van ongeveer 1 Ampere. Het vermogen is dan maar 1000 kVA en dat is net zoveel als een transformator in een transformatorhuisje op de hoek van de straat. De afmetingen zijn echter heel wat groter ( zie fig 13 en fig 23 ).

Het beproeven van een transformator met de aangelegde spanning is wat ingewikkelder dan bij een vermogensschakelaar of kettingisolator. Alle aansluitklemmen van bijvoorbeeld de hoogspanning worden met elkaar doorverbonden en hierop wordt de proefspanning aangelegd. Alle andere onderdelen, zoals kern, kast, laagspanningswikkelingen zijn dan aan aarde gelegd. Je beproefd nu wel de elektrische isolatie van die hoogspanningswikkeling t.o.v. zijn hele omgeving. Je hebt wel last van de parasitaire capaciteit tussen de hoogspanningswikkeling en zijn omgeving. Een transformator beproeven met een hoge wisselspanning is trouwens niet zo moeilijk. Je sluit op de laagspanning “gewoon” een 2 keer zo hoge wisselspanning aan en de hoogspanning is dan ook 2 keer zo hoog. Je induceert dan een hoge spanning. Je hebt dan alleen een aangelegde proefspanning nodig voor het sterpunt van de transformator en die proefspanning is veel lager dan de proefspanning aan de hoogspanningskant.

Lees meer

Dynamo's van Smit Slikkerveer voor motorschip MS Oranje II (1939) + FILM

Stoomvaart Maatschappij Nederland gaf in 1937 de opdracht aan NV Nederlandsche Scheepsbouw Mij Amsterdam om een groot luxe passagiersschip te bouwen, de MS Oranje II. De bouw van het meer dan 20.000 ton wegende passagiersschip duurde ruim 2 jaar. De bouw vond plaats bij de werf in Amsterdam en bood voor twee jaar tijd werkgelegenheid aan duizenden arbeiders. Het luxueuze passagiersschip was bestemd om te worden ingezet voor de vaart op de Indië-route. De dynamo's (generatoren) werden gemaakt door Smit Slikkerveer. In de archieven vonden we een filmfragment van de fabricage van de dynamo's, die de stroom moesten leveren voor het hele schip. Voor meer informatie over MS Oranje II zie DEZE LINK

Bron: Archief Brush

FILM FRAGMENT: (klik op de play button om te starten)

Lees meer: Dynamo's van Smit Slikkerveer voor motorschip MS Oranje II (1939) + FILM

Schrijf reactie (0 Reacties)

Stichting Willem Smit Historie Nijmegen opgericht

altInleiding en doel van de Stichting.

Op 10 juli 2013 is het er dan eindelijk van gekomen en werd er een Stichting opgericht die als doel heeft: " Het als een cultureel en educatieve instelling behouden van het industrieel erfgoed van Willem Smit & Co’s Transformatorenfabriek " Dit lag ook wel in de verwachting want we waren al " Stichtingsrijp". Vele jaren geleden is Rudo Hermsen begonnen met het op zetten van de website www.willemsmithistorie.nl het verzamelen van geschiedkundige boeken, documenten, beeldmateriaal en museale objecten.

Enkele jaren gelden werd Erik de Vries hierin betrokken. We beschikken nu over veel materiaal, worden gevraagd voor het houden van lezingen, studenten raadplegen ons en we hebben mee gewerkt aan het tot stand komen van het boek " 100 jaar Smit Transformatoren"

We gaan ons doel verwezenlijken door, onder andere: 

  • Het onderhouden en vooral uitbreiden van onze website.
     
  • De inrichting van een Museum - de intentie om ons een ruimte ter beschikking te stellen is reeds uitgesproken - waarin boeken, documenten, beeld materiaal en kleine objecten voor een breed publiek   toegankelijk worden.
     
  • Het houden van informatieve en educatieve lezingen en demonstraties.
     
  • Het uitbrengen van brochures,publicaties en het verschaffen van teksten en afbeeldingen aan derden, bijv. studenten en geschiedsschrijvers.

  • Afhankelijk van het verkrijgen van ruimte, het inrichten van een Museum waarin boeken, documenten, beeld materiaal en kleine objecten voor een breed publiek toegankelijk worden.
    Een eerdere toezegging om ons ruimte ter beschikking te stellen is ingetrokken. Wij zoeken nu naar andere mogelijkheden, eventueel samen met een andere stichting.
     

Algemene gegevens.

De Stichting heeft een ANBI-status ( Algemeen Nut Beogende Instelling) en is ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel voor Centraal Gelderland, te Arnhem onder nr. 58361855 

Correspondentie adres:

Stichting Willem Smit Historie Nijmegen
Binnenvaart 15
6642 CT Beuningen Gld.

E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Website : www.willemsmithistorie.nl

Bankrekening nr:  NL31 RABO 0102413746

Het bestuur bestaat uit : Voorzitter : Erik de Vries , gepensioneerd bij Smit Transformatoren. Secretaris : Rudo Hermsen, medewerker van Smit Draad. Penningmeester : Bert van Herpen, gepensioneerd bij Smit Transformatoren.

Middelen.

We zijn nog op zoek naar vrijwilligers die voor ons historisch speurwerk doen, als gastschrijver optreden of een bron van oral history kunnen zijn. Foto's, artikelen, brochures etc. zijn hoogst welkom.
Maar vooral financiële middelen zijn hard nodig om onze doelstelling te verwezenlijken. Iedere gift, hoe klein dan ook, van instellingen, bezoekers van onze website en sympathisanten is welkom ! Als dank hiervoor zullen we de namen van donateurs (zo zij niet anoniem willen blijven) en die van de sponsoren met hun logo op onze, reeds meer dan één miljoen keer bezochte, website plaatsen.

1935 G162 - transport 28000 KVA-small

Een 28000 kVA transformator wordt op het schip geplaatst (1935). Bron: Wim Erinkveld. 

Schrijf reactie (1 Reacties)

De historie van Smit Gas Generatoren (1960 - heden)

In 1936 wordt de Ovenafdeling van Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek NV opgericht. Het bedrijf ontwikkelt zich tot een belangrijke ovenfabrikant voor hoofdzakelijk (grote) industriële toepassingen. Door nieuwe ontwikkelingen ontstaat er rond 1960 vraag naar inert gas. Smit Ovens speelt daarop in en er ontstaat een nieuwe afdeling (Smit Gas Generatoren). Deze afdeling begint met de ontwikkeling en levering van brandveilige gasgeneratoren. In het begin is de markt hoofdzakelijk voor de industrie maar al snel is er een belangrijke toepassing voor het gebruik aan boord van schepen, olie- en gastankers. Deze specialisatie wordt in de loop van de jaren doorgevoerd.

Het begon dus met industriële ovens, oorspronkelijk ontwikkeld ten behoeve van de productie van elektroden en nodig bij de fabricage van wikkeldraad en transformatoren. De ovens werden verkocht aan andere Europese fabrikanten als antwoord op de groeiende vraag na de Tweede Wereldoorlog. Aan het einde van de jaren vijftig begon Smit te experimenteren met technologie voor het maken van inert gas, dat werd gebruikt om de binnenomgevingen van de ovens te regelen. In die jaren werd inert gas alleen op land voor industriële doeleinden gebruikt, maar (nog) niet voor schepen. Dat veranderde in 1967, toen Smit werd benaderd door de eigenaren van het vismeel schip schip, de Willem Barentsz, die dachten dat inert gas wel eens de sleutel zou kunnen zijn om de problemen op te lossen die zij met hun schip hadden. De ingenieurs van Smit ontwikkelden een nieuwe, op maat gemaakte oplossing en het eerste maritieme Smit Inert Gas Systeem werd geboren.

Oude installaties Smit Gas
Smit Gas Generatoren (1960-1975) 

Een experimenteel tijdperk, van gas generator naar inert gas generator.

Onderaan is te zien een elektrische gas cementeer oven met gasgenerator. De advertentie is uit de periode 1948 - 1950. Dus een van de eerste foto's van een gas generator. Bron: Antoon de Valk.

Een van de oudste reclame van Smit Ovens met rechts in het midden een atmosfeer generator. Datering 1948-1950.

Ontwikkeling van het eerste prototype, de aardgasgenerator
Tussen 1948 en 1950 maakte Smit Ovens al een elektrische gas-cementeer oven voorzien van een gasgenerator. (zie bovenstaande reclame). Dit was dus nog ruim voordat Smit Gas Generatoren als een zelfstandig onderdeel van Smit Ovens ging opereren. Dit waren dus industriële toepassingen en hadden nog niets met scheepvaart te maken. In 1957 ontwikkelde Smit Ovens een eerste prototype van een aardgasgenerator en dit model werd geplaatst in de fabriek van Smit Draad in Nijmegen (bij de gloeiovens) en was bedoeld om aardgas om te zetten naar inert gas. Bij het gloeien van koperdraad mag er namelijk geen zuurstof bij het koper komen, anders oxideert het koper. Deze installatie heeft vele jaren naar behoren gewerkt. 


Het begon allemaal met deze aardgasgenerator die bij Smit Draad geplaatst werd. Bron: Smit Mededelingen 1957 / Archief Smit Draad.

Holec-tijdperk
Tussen 1969 en 1984 fuseerde de Smit Transformatoren groep met het nog grotere HOLEC. Al snel had HOLEC het nog voor het zeggen. Er ontstond zo een bedrijf met 8500 medewerkers. Smit Ovens krijgt dan de naam Holec Furnaces/ Gas Generatoren. 


Holec Gas Generators 1981. (Groenestraat 310 Nijmegen).

Een medewerker bij een HOLEC gasgenerator (1982-1984). Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Levering eerste inert gas generator
In 1962 maakt men de eerste (officiële) inert gas generator voor industriële toepassingen. In 1967 levert men de eerste inert gas generator voor het schip M/V "Willem Barentz". Sinds 1962 zijn er ongeveer 3700 inert gas installaties geleverd, merendeel voor maritieme toepassingen (schepen en olie-tankers). In 1967 werd het bedrijf "Gadelius KK" uit Japan vertegenwoordiger voor Smit Ovens in Japan, Taiwan en Korea.

Nieuwe inertgasgeneratoren 1965 Nieuwe inertgasgeneratoren 1965

Nieuwe inertgasgeneratoren 1965
Bron: Smit Mededelingen 1964

Inert gas installaties 1965-1969.

Voor Smit was de ervaring met de Willem Barentsz het bewijs van het potentieel dat hun inert gas technologie heeft voor de scheepvaartindustrie. Dit gold vooral voor product- en chemicaliëntankers, waar inert gas kan worden gebruikt om de brandbare atmosfeer in ladingtanks te regelen, waardoor explosiegevaar wordt voorkomen. Naast het beperken van het gevaar tijdens het reizen op zee, zou dit de lading tijdens het lossen in de haven veilig houden. Aan het begin van de jaren zeventig is Smit doorlopend bezig met de ontwikkeling van een verbeterd inert gas systeem voor tankschepen die gevaarlijke vloeibare ladingen vervoeren en met succes. Dit leverde een aantal mooie orders op waaronder de grootste tot dan toe in 1973 voor 3 inert gas generatoren voor een Franse Scheepswerf.

 

De Willem Barentz, bon: Wikipedia, 

 

Links: 10-9-1973, bron: Provinciaalse Zeeuwse Courant, rechts 10-3-1978, bron: Provinciaalse Zeeuwse Courant

Industriestandaard
De belangstelling van de marine voor inert gas groeide enorm vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die tijd boden veel verzekeringsmaatschappijen kortingen aan voor tankschepen met deze systemen aan boord. Als gevolg hiervan installeerden meer schepen generatiegeneratoren met inert gas, maar vaak werd dit (nog) niet gebruikt. 

Een sterke toename van de tankontploffingen aan het einde van de jaren zeventig zorgde echter voor een verandering. Het belangrijkste keerpunt kwam in 1981, toen classificatiebureaus begonnen inert gas-systemen te eisen om verdere rampen te voorkomen en de veiligheid aan boord van tankschepen te waarborgen. Om voor verzekering in aanmerking te komen, moesten grote schepen die olie en gas vervoeren de systemen installeren en gebruiken. Binnen slechts enkele jaren hadden bijna alle grote tankschepen ter wereld een operationeel inert-gas-systeem aan boord. 

De toegenomen vraag zorgde ook voor nieuwe ontwikkelingen in de technologie. Smit-systemen waren lange tijd in staat om concurrenten te overtreffen op het gebied van gas kwaliteit dankzij het revolutionaire Ultramizing® verbrandingssysteem, waardoor ze konden branden zonder roet te produceren. De originele Ultramizing-branders waren echter afhankelijk van olie, lucht en stoom. Omdat er in de jaren zeventig en tachtig nog maar weinig schepen stoomkracht gebruikten, vereiste de installatie van een Smit Inert Gas System de aanschaf van een extra stoomgenerator. Veel klanten hebben geklaagd over de extra prijs en dit beïnvloedde de concurrentie positie negatief. Zo rond 1980, realiseerden men zich dat men een andere manier moest zien te vinden om de stoom weg te laten. Na twee jaar testen ontwikkelde het team van Smit een nieuw Ultramizing verbrandingssysteem dat alleen met olie en gas werkte. Tegenwoordig hebben alleen LNG-tankers, die extreem hoge eisen stellen aan de kwaliteit van inert gas, de extra stoomgenerator nodig. Deze belangrijke doorbraak verstevigde het Smit Inert Gas System als de marktleider - een positie die het nog steeds inneemt.

Inertgas installatie uitgerust met ultramizing oliebrander (1969)
Inertgasgenerator uitgerust met ultramizing brander (1969). Smit Mededelingen 1969

 

Nieuwe gasgeneratoren fabriek (1971)

Bron: Holecpost 1971-6, in bezit van Stichting Willem Smit Nijmegen

De engineers van Smit Gas Generatoren zijn aan het werk met de opbouw van een Gas Generator (1970-1980).

FILM - Uitleg over het Smit inert gas systeem (Alfa Laval)

  

Links: 16-2-1980, bron: Telegraaf, rechts 16-05-1981, bron Trouw.

26-01-1979, bron: Trouw.

Dit is de foto die is gebruikt voor de advertentie uit 1979. Bron: Antoon de Valk. 

Een uniek reclameblad van Holec Furnaces/Gas Generators voor China en Hong Kong (1984). Bron: Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

 

Naamplaatjes, typeplaatjes, keuringsbriefjes van Smit Gas Generatoren, bron: Stichting Willem Smit Historie.

Holec Gasgeneratoren 1981
Een krantenartikel uit lang vervlogen tijden, een grote order voor Holec Gas Generatoren uit Japan. Bron: Holec Krant (juni 1981)

 


Installatie  type: Gin 12000 dubbele brander 1969-1970 

12-2-1983, bron: Telegraaf


Holec Furnaces Gas Generatoren op een beurs in 1985. 

Bron: Antoon de Valk.

Na het Holec-tijdperk
Na het Holec-tijdperk gaat Smit Ovens zelfstandig verder en na een faillissement en doorstart van Smit Ovens (en verhuizing naar Eindhoven) worden in 1997 de inertgas activiteiten voortgezet als een zelfstandige onderneming onder de naam Smit Gas B.V. Enkele jaren later wordt men gekocht door Kroymans Corporation en Terlago.  In 2002 heeft men een omzet van 30 miljoen euro en er werken 60 mensen. In 2003 wordt men overgenomen door Delft instruments en verandert de naam in Smit Gas Systems B.V.

Aalborg-Industries neemt Smit Gas Systems over
In 2006 neemt Aalborg Industries alle aandelen over van Smit Gas Systems. De naam verandert dan ook in Aalborg Industries Inert Gas Systems B.V. Het bedrijf heeft vele namen gehad. Smit Gas, Smit Gas Systems, Smit Gas Generatoren, Holec Gas Systems, Holec Gas Generatoren, Holec Furnaces Gas Generators, Enraf Smit Gas Systems, maar in de volksmond kent men het bedrijf nog steeds als Smit Gas of de Smit Gas Generatorenfabriek.

Sinds 20XX heet het bedrijf Alfa Laval. Het oude pand aan de Groenestraat / St Hubertusstraat in Nijmegen, waar men sinds de oprichting nog gehuisvest was wordt definitief gesloopt ten koste van de al jaren geplande nieuwbouw. In oktober 2018 gaat het bedrijf verhuizen naar Wijchen (Bijsterhuizen). 

Informatie
Klik hier voor een film van Inert gas (website http://www.aalborg-industries.com/)

http://www.smitgas.nl/ 

 

Schrijf reactie (0 Reacties)

Tijdlijn / korte historie Smit Transformatoren


Een door Thomas Rosskopf ontwikkelde transformator, gemaakt bij Smit Slikkerveer rond 1908. Bron: archief Brush HMA Ridderkerk.

Korte geschiedenis van de eerste 100 jaar van Smit Transformatoren en wat er aan vooraf ging.
versie : 009 16 januari 2020.

1860 - Willem Benjamin Smit wordt op 9 november 1860 geboren in Slikkerveer. Zijn vader heeft een klinknagelfabriek en zijn ooms hebben allerlei bedrijven waaronder een scheepswerf. Veel bedrijven in de streek rond Ridderkerk met de naam “Smit” zijn opgericht door zijn directe familie. Hij wordt doorgaans Willem Smit genoemd. Hij overlijdt op 20 augustus 1950 in Ridderkerk.

1866 - Ongeveer gelijktijdig vinden de Engelsman Wilde en de Duitser Siemens een roterende machine uit die mechanische energie ( bv. draaiende as van een stoommachine) kan omzetten in elektrische energie (om bv. een elektrische lamp op te kunnen laten branden), zonder gebruik van batterijen of permanente magneten zoals voordien. Siemens noemt zijn machine “ Dynamo “ velen beschouwen hem dan ook als de ultieme uitvinder. De Belg Gramme die zich later in Parijs vestigt , verbetert het anker in 1869, dit type zal model staan voor alle latere typen dynamo’s.

1878 - Willem Smit bouwt als autodidact zijn eerste dynamo ( met een Gramme anker) voor elektrische verlichting aan de hand van de schaars aanwezige buitenlandse literatuur. Het blijkt een succes en hij begint de fabriek van zijn vader te voorzien van elektrisch licht. Andere bedrijven willen dat nu ook.

1882 - Samen met zijn neef (en latere zwager) , Adriaan Pot, richt hij de "Electrisch-Licht-Machinen Fabriek Willem Smit & Co” te Slikkerveer op. Hij bouwt dynamo’s en levert turn key verlichtings projecten waarin de dynamo de belangrijkste component is. Ook bouwt hij de eerste Nederlandse elektriciteitscentrales, en voorziet Nijmegen als eerste stad in Nederland van een systeem voor openbare straatverlichting. Willem Smit trekt zich in 1914 terug uit de directie, maar blijft tot 1947 manifest op de achtergrond als commissaris en adviseur.

1885 - Ingenieurs van Ganz ( Boedapest ), Miksa Déri, Ottó Titusz Bláthy en Károly Zipernowsky vinden de transformator uit. Ottó Titusz Bláthy heeft hier waarschijnlijk een doorslag gevende rol in gespeeld. Dit toestel is onontbeerlijk voor het transport van elektrische energie ( wisselspanning) over langere afstanden. In enkele bronnen wordt over 1884 gesproken. Omstreeks 1885 verbetert William Stanley ( USA ) het ringkern ontwerp van Ganz, hij past een constructie toe met door wikkelingen omsloten kernpoten die door een juk met magnetisch met elkaar verbonden zijn. Fabricagetechnisch beduidend beter dan die van Ganz.

1890 – Waarschijnlijk het eerste gebruik van vermogens transformatoren in een elektriciteitsnet in Nederland. De in 1886 door Willem Smit in Kinderdijk gebouwde centrale wordt in 1890 uitgebreid voor het leveren van stroom aan de openbare verlichting in Krimpen aan de lek. Wegens de grote afstand kiest men voor een spanning van 650 V. Deze wordt in Krimpen aan de Lek getransformeerd naar 65 V. met behulp van lucht gekoelde (waarschijnlijk éénfase) transformatoren. Totaal waren er 4 stuks nodig. De afstand tussen de step up en step down transformatoren bedroeg 1000 m. Het is hoogst onwaarschijnlijk doch niet geheel uitgesloten dat deze transformatoren door Willem Smit gebouwd zijn. Officieel geldt 1900 als het begin jaar van de productie van transformatoren.

1891 - Het eerste baanbrekende gebruik van oliegekoelde draaistroom transformatoren. In Lauffen aan de Neckar wekt men met waterkracht 221 kW op, te veel voor het plaatselijke gebruik. In Frankfurt a M. is een grote behoefte aan energie, 1000 lampen en een 74 kW pomp. Er wordt een 175 km lange driefasen, 40 Hz, 15 kV lijn tussen die steden gebouwd. In Lauffen komt een 55 / 15.000 V step up - en in Frankfurt a M. de step down transformator. Het rendement van de verbinding is slechts 70 % maar het transport van elektrische energie mbv. draaistroom heeft onomstotelijk het pleit gewonnen.

1900 - De explosief toenemende vraag naar transformatoren, die tot dan toe voornamelijk uit Zwitserland en Duitsland betrokken worden, doet Willem Smit besluiten deze zelf te gaan bouwen. Een transformator is productie technisch enigszins vergelijkbaar met een dynamo. De eerste is een driefase luchtgekoelde 40 kVA, 1050 / 120 V. voor het Staat Spoor in Utrecht. Opmerkelijk is dat de eerste door Smit gebouwde driefase generator met een spanning van 1050 V in dat zelfde jaar ook aan het Staats Spoor is geleverd. De verbruiker had niets aan 1050 V en moest 120 V hebben. Wellicht dat deze eerste transformator een “moetje” was om de eerste driefase generator te kunnen verkopen. De eerste exemplaren zijn door gebrek aan specifieke kennis nog erg primitief en de spanning die hoger is dan die van een dynamo baren hem zorgen. Hij gaat op zoek naar een expert.

1907- ir. Rosskopf, de latere oprichter, directeur en mede eigenaar van Willem Smit en Co’s Transformatorenfabriek, treedt in dienst bij Willem Smit om de productie van transformatoren te stroomlijnen. Hij heeft in Delft werktuigbouwkunde gestudeerd en in Karlsruhe elektrotechniek (in Nederland bestond die studie nog niet), wijdt zijn hele leven aan transformatoren en neemt in 1947 afscheid van Smit Transformatoren om van zijn pensioen te genieten. Hij blijft dan nog zeer actief als adviseur en drijvende kracht in diverse commissies.

1908 - Oprichting van een gespecialiseerde fabriek voor de bouw van transformatoren onder leiding van Rosskopf op het terrein van de bestaande dynamo fabriek die inmiddels ook sterk is gegroeid.

1911 - De transformator activiteit groeit sterk door de steeds maar toenemende vraag van vooral de eerste Nutsbedrijven die de elektrificatie van stad en land ferm aanpakken. Er moet een nieuwe veel grotere fabriek gebouwd worden. Het perceel in Slikkerveer is hiervoor te klein. Men gaat op zoek naar een geschikte locatie en kiest uiteindelijk voor Nijmegen met zijn gunstig investeringsklimaat, goede spoor- en waterverbindingen, reeds een industriële infrastructuur en wat erg belangrijk is voor de (vocht gevoelige) bouw van transformatoren, droge zandgrond. Inmiddels is onder leiding van Rosskopf het product volwassen geworden, gestandaardiseerde ontwerpen en beproevingsprocedures zijn ingevoerd. De maximale hoogspanning is 10 kV.

1913 – Willem Smit & Co’s Transformatorenfabriek opgericht op 2 mei. Directie en tevens eigenaren , ir. Th. Rosskopf en ir. A.J. Bergsma. Commissaris wordt Willem Smit. Hij schenkt zijn naam, klanten, productie middelen en de in Slikkerveer deels afgebouwde transformatoren, die na 4 november (start Nijmeegse productie) aldaar worden afgebouwd. Het startkapitaal was toen HFL. 200.000,- (wat overeenkomt met EUR 91.000,-). Dit wordt opgebracht door familie en vrienden van Rosskopf en Bergsma. Begonnen wordt met een kleine 40 werknemers, in het begin deels afkomstig uit Slikkerveer. Een kleine 10 jaar later is het personeelsbestand bijna verzesvoudigd.

1915 - Ten gevolge van WO I stagneert ( transportproblemen en koper moest gebruikt worden voor patroonhulzen) de levering van wikkeldraad uit Duitsland en de VS, de grootste producenten. Wikkeldraad is de meest essentiële bouwsteen voor de fabricage van transformatoren. Daarom besluit men dit zelf te gaan maken (draadtrekken en isoleren) en richt de afdeling Draadfabricage op, voor de eigen behoefte en later voor derden. Dit bedrijf maakt onder de naam Smit Draad tot 1978 deel uit van Smit Nijmegen. Het bedrijf is thans gevestigd op een andere locatie in Nijmegen en draagt nog steeds de naam “Smit Draad”. In oktober 1918 ( vlak voor het einde van WO I ) steeg de koperprijs tot 13,60 euro/kg. Daarna daalde hij weer snel.

1916 – ir. Nolen, treedt in dienst. Hij wordt in 1925 mededirecteur en promoveert in dat jaar. In 1937 wordt hij hoogleraar in Delft als opvolger van Feldmann en is van 1946 t/m 1955 algemeen directeur. Hij is de grondlegger van het hedendaagse transformator ontwerp.

1917 - Transformator nummer 2000 werd geregistreerd en afgeleverd.

1924 - 50 kV doet zijn intrede. Dit net wordt het ”Ultra hooge spanningsnet” genoemd. De PGEM begint met de verbinding Nijmegen – Arnhem – Apeldoorn, en past hier één fase 1700 kVA transformatoren toe in Dd schakeling in open “V” (3400 kVA) en als de behoefte toeneemt in gesloten “D” (5100 kVA) dit principe blijft uit redundantie overwegingen lang stand houden. Anderen (zoals de PNEM rond 1921) gaan al spoedig over op drie-fase transformatoren of hebben dit reeds al. De eerste 50 kV Transformator was voor het provisorische 50 kV station van de PGEM in Lent. Mogelijk reeds in 1923 gebouwd.

1925 - De eerste transformator voor elektrisch lassen ziet het daglicht, hij wordt LT 1 gedoopt, daarna volgt de LT 2 en de LT 3, een driefasige. Daarna ontstaat een hele reeks LT’s tot ca. 1960 zijn er vele duizenden van gemaakt.

1926 - Het Buchholzrelais wordt voor het eerst toegepast.

1927 - Oprichting van de afdeling Laselektroden. Elektrischlassen werd steeds meer toegepast. Het kost elektrische energie, dus het vergroot de behoefte aan transformatoren. Daarbij is een lastransformator nodig en die bouwde men reeds. Voorts was er in de product mix een behoefte aan een fast moving product. Daarbij kwam nog dat lassen met wisselstroom slechts mogelijk was met een beklede elektrode. Wellicht was dit de belangrijkste drijfveer. Dit bedrijf maakt onder de naam Smit Las tot 1978 deel uit van Smit Nijmegen. Het bedrijf is thans gevestigd op een andere locatie in Nijmegen en draagt nu de naam “Lincoln Smit Weld”.

1930 - De eerste 100 kV transformatoren, deze spanning zal later opgewaardeerd worden naar 110 kV. Het vermogen is slechts 2500 kVA zij dienen voor de koppeling van de centrale van Friesland en Groningen, die in het begin op 60 kV bedreven werd. De hoogspanningswikkeling van de transformator kon omgeklemd worden van D naar Y. Inmiddels worden 50 kV transformatoren met een vermogen van 22000 kVA gebouwd.

1930 – Toepassing van de eerste regelschakelaars (onder belasting) van het hedendaagse principe.

1934 – 150 kV doet zijn intrede. Het vermogen is slechts 6000 kVA. De transformator heeft geen spanningsregeling onder belasting maar wel een aftak schakelaar aan de 10 kV zijde, die alleen in spanningsloze toestand bediend mag worden. Toegepast in de verbinding Roermond – Lutterade. Zie 1937.

1935..1936 - Oprichting van de afdeling Ovens. De eerste oven (reeds gebouwd in 1929) was bestemd voor het bakken van de mantel van laselektroden. Daarna volgden vele ovens voor derden, oa. elektrische. Het gamma omvat alle mogelijke typen, van kleine pottenbakkers ovens tot grote industriële installaties voor het nagloeien van beeldbuizen voor TV-toestellen. Dit bedrijf maakt onder de naam Smit Ovens tot 1978 deel uit van Smit Nijmegen. Het bedrijf is thans gevestigd in Son ( bij Eindhoven) en draagt nog steeds de naam “Smit Ovens”.

1937 - Opdracht voor de grootste transformatoren tot dan toe door Smit gebouwd. 2 stuks 52500 kVA 150 / 25 / 10 kV Ynynd onder belasting regelbaar in het 150 kV sterpunt. Zij waren bestemd voor de 150 kV verbinding Den Haag (station Voorburg) - Rotterdam ( station Marconistraat).

1939 - ir. C.E.M de Kuijper ( later meestal Doctor de Kuijper genoemd) treedt aan na zijn studie elektrotechniek, bij Prof. Nolen, in dienst van Smit als “jong ingenieur”. In 1946 wordt hij hoofd van de afdeling transformator berekening. Hij promoveert in 1949 tot doctor in de elektrotechnische wetenschappen en wordt in 1963 directeur van de transformatoren fabriek. (Otto is in die dagen algemeen directeur) In 1976 gaat de “ Doctor ” met pensioen. Hij heeft dan vele wetenschappenlijke publicaties op zijn naam staan en drukte een onuitwisbaar stempel op het ontwerp van de transformator.

1945 - Oprichting van de afdeling Gloeidienst als onderafdeling van Ovens. Dit bedrijf gloeit grote metalen werkstukken uit om materiaalspanningen ontstaan tijdens de bewerking te verminderen. Dit werd op locatie gedaan onder andere met behulp van mobiele elektrische inductie ovens en in de eigen bedrijfshal waar het uit te gloeien werkstuk dan eerst heen gebracht moest worden. Dit bedrijf maakt tot 1978 deel uit van Smit Nijmegen. Het bedrijf is thans gevestigd in Cuyck (NB) en draagt nu de namen “Smit Gloeidienst BV” en “Smit Glühdienst GmbH” (voor de Duitse activiteit).

1949 - Op 24 mei treedt de 1000-ste werknemer in dienst, de heer A.Frederiks. Red.: begin oorlog 597 werknemers, einde oorlog 413.

1953 – Bouw van een nieuw hoogspannings lab voor het beproeven van transformatoren 220 kV 100 MVA waarbij rekening gehouden is met de mogelijkheid het later uit te breiden voor het beproeven van 380 kV transformatoren met een beduidend groter vermogen.

1953 - Het eerste koud gewalste gerichte blik (G.O.E.S.) komt op de markt en Smit past dit onmiddellijk toe.

1954 - Overname van Olthoff’s transformatoren fabriek in Ede. Eerst worden hier de kasten voor de Nijmeegse nettransformatoren en complete lastransformatoren gebouwd. Tevens worden hier reparaties verricht. Daarna wordt deze vestiging ingericht voor de fabricage van giethars meet- en vermogenstransformatoren. Tevens zijn er activiteiten op het gebied regeltechniek. In 1977 sluit Smit Ede en wordt de productie van gietharstransformatoren naar Nijmegen overgebracht.

1955 - De eerste regelschakelaar compleet in de kast ingebouwd zoals heden ten dage gebruikelijk is.

1955 - Start fabricage giethars geïsoleerde meettransformatoren, later volgen de vermogenstransformatoren.

1956 - Bouw van de eerste 220kV transformatoren. Eén fase 36,6 MVA, 220/√3 / 150/√3 kV onder belasting regelbaar aan de sterpuntzijde van de 150/√3 kV wikkeling. Deze werden opgesteld in Lutterade. Duitsland (Zukunft) en België hadden een koppeling op 220 kV niveau, de lijn liep over Nederland ten zuiden van Lutterade dat daar met een aftakking mee verbonden was.

1957 - Bouw van de eerste inertgasgenerator voor eigen gebruik bij de productie van draad in een niet oxiderende atmosfeer. In 1962 volgt productie voor derden in een onderafdeling van Ovens. Met inertgas voorkomt men oxidatie of brand, dit gas wordt geproduceerd door een inertgasgenerator. Deze installaties worden vooral toegepast aan boord van tankschepen waar de hele lading afgedekt kan worden met inertgas. Dit bedrijf maakt tot 1978 deel uit van Smit Nijmegen. Het bedrijf is nog steeds gevestigd op zijn oorspronkelijke locatie in Nijmegen (ca. 350 m. verwijderd van Transformatorenfabriek) en draagt nu de naam “Alfa Laval Aalborg Nijmegen BV.”

1957 - In dit jaar werd Transformator nummer 162000 gemaakt en afgeleverd.

1958 - Succesvolle test in samenwerking met de KEMA van een proefwikkeling voor de toekomstige 380 kV transformatoren. Het zal echter nog tot 1966 duren voordat deze besteld worden.

1959 - Oprichting van de afdeling Regeltechniek in Nijmegen, met productie faciliteiten in Ede. Eén van de eerste projecten was een vlambeveiliging voor ovens van het eigen fabrikaat. Daarna volgden opdrachten voor ondermeer de aansturing van magneten in het lab van de Universiteit Nijmegen en het CERN in Geneve. Deze afdeling wordt in 1969 overgeheveld naar Holec ivm. de fusie omdat zij eveneens over een afdeling Regeltechniek beschikken. De fysieke verhuizing naar Hengelo vindt echter pas in 1974 plaats.

1959 - Introductie van het wikkelen met samengeslagen kabel. Om deze kabel te maken heeft Smit Draad een deels zelf ontworpen kabelslag machine in gebruik genomen. Aan het tijdrovend samenslaan op de wikkelbank in de transformatorenfabriek is nu een einde gekomen. Deze kabel heet CTC , Continuous Transposed Cable. Als hij uit veel draden (aders) bestaat heet hij Big CTC. De ten onrechte vaak gebruikte naam “Giant CTC” is een handels naam van de concurrent en mag dus niet voor het Smit product gebezigd worden.

1959 - Introductie van de elektronische rekenmachine voor het maken van complete transformator ontwerpen. Door de gigantische tijdbesparing is het mogelijk geworden om vele ontwerpen te maken en hier het optimale ontwerp uit te kiezen, het zgn. optimaliseren. Reeds in 1957 was het mogelijk om met behulp van een elektronische rekenmachine berekeningen van veldverdelingen te maken.

1960 - Fusie met EMF Dordt, voorheen Willem Smit & Co’s Electromotorenfabriek Dordrecht, opgericht in 1911.

1960..1966 - Fusie met AFO in Hattem (apparaten) en Coq in Utrecht (vermogensschakelaars). Synergie zal hier een van de motieven zijn geweest. AFO Hattem had veel ervaring met elektronica voor de marine (puls logica) en paste dus goed bij Regeltechniek. Coq Utrecht bediende in het midden- en hoogspanningssegment dezelfde klanten als de transformatorenfabriek.

1966 - Smit bestaat uit de volgende bedrijven / afdelingen :

  • Transformatorenfabriek / Nijmegen en gespecialiseerde producten in Ede. 
  • Draadfabriek / Nijmegen.
  • Ovenfabriek / Nijmegen.
  • Laselektrodenfabriek / Nijmegen.
  • Regeltechniek / Hoofdzetel Nijmegen en tevens activiteiten in Ede.

1966 - Smit heeft de volgende dochterondernemingen:

  • EMF Dordt ( Elektromotoren )
  • Coq Utrecht ( Schakelmateriaal )
  • AFO Hattem ( zie 1960..1966 )
  • Olthoff's Transformatorenfabriek Ede ( zie 1954 ) 
  • Mij. tot exploitatie van Transportwagen NV te Nijmegen (een kleine onderneming die slechts tot doel had het exploiteren van één kuilwagen waarmee men via het spoor grote transformatoren van Nijmegen naar de plaats van bestemming kon brengen)

1966 - Op 22 november 1966 besluit de Raad van Bestuur de naam Willem Smit en Co’s Transformatorenfabriek te wijzigen in “ Smit Nijmegen Electrotechnische Fabrieken N.V .” De bestaande aandelen en obligaties worden op 6 februari 1967 op de nieuwe naam gesteld.

1966 – De opdacht voor de eerste 380 kV transformatoren. Dit zijn dan nog éénfasige die met zijn drieën een bank vormen van 450 MVA 380 / 150 / 50 kV. YNynd. De uitgevoerde tertaire wikkeling (50 kV) was bedoeld om er naar behoefte een laadstroomcompensatie spoel op aan te kunnen sluiten. De regeling, onder belasting, geschiedt in het 380 kV sterpunt.
Alle latere transformatoren voor het 380 kV-net zijn driefasig. De eerste werden opgesteld in Krimpen a/d IJssel en Diemen.

1967 - Oprichting van een afzonderlijke vennootschap Smit Nijmegen Compro,
met het doel om combinaties van industriële producten van eigen en vreemd fabrikaat slagvaardiger te vermarkten.

1969 - Fusie tussen Smit Nijmegen Electrotechnische Fabrieken N.V. ( Smit en haar dochters) en de grotere Samenwerkende Electrotechnische Fabrieken Holec N.V.( Heemaf, Hazemeyer en Smit Slikkerveer). De laatste drie ook wel “ klein Holec” genoemd; na de fusie spreekt men van “groot Holec”.
Smit brengt hier 3380 medewerkers in en Holec 5119.

1975 - Oprichting dochtervennootschap Smit Transformatoren B.V.

1976 - De grootste transformator tot dan toe wordt in opdracht gegeven. Voor zover bekent tevens qua gewicht van het binnenwerk de grootste ter wereld m.u.v. de toenmalige Sovjet Unie waar ze nog grotere bouwden. Een
780 MVA ( volgens de huidige norm 850 MVA) machinetransformator 410 / 21 kV met olie-waterkoeling, voor de Amer 8 centrale van de PNEM in Geertruidenberg.

1978 - Reorganisatie binnen Holec waarbij de bouw van transformatoren ondergebracht wordt in de Holec Transformatorengroep (te vergelijken met een divisie) en de andere activiteiten van Smit van voor de fusie ondergebracht worden in andere groepen. Hiermee verliest Smit Transformatoren zijn zeggenschap over Draad, Laselektroden, Ovens en haar oorspronkelijke dochters. De als goed bekend staande namen, Smit Transformatoren, Hazemeyer, Coq etc.verdwijnen; niet alleen dat dit het personeel zeer verdroot maar ook uit marketing oogpunt een onjuiste beslissing, zeker voor wat betreft de buitenlandse handel. Over de grens duurde het te lang voordat men besefte dat Holec Transformatorengroep hetzelfde was als Smit.

1980 – Eerste opdracht uit de USA van de Bonneville Power Administration, B.P.A. een spaartransformator 170 MVA 230 / 115 kV 60 Hz. Er kon met 60 Hz. beproefd worden. Zie tevens 1985 ( Smit USA inc.) en 1993 ( Productie in de USA).

1982 - Smit Transformatoren, teleurgesteld in wat de fusie heeft opgeleverd, verzelfstandigt dmv. een gedeeltelijke personeels buy out. Het personeel verwerft 50 % van de aandelen, het overige blijft in handen van Holec. De activiteiten beperken zich daarna tot de bouw van vermogenstransformatoren, reparatie onderhoud en service aan transformatoren van eigen en vreemd fabrikaat. Tevens wordt in een kleine afdeling gewerkt aan Super Geleidende Magneet systemen, waar ook voor derden spoelen voor magneetsystemen gemaakt worden en geëxperimenteerd wordt met magnetische waterzuivering.

1985 - Smit Transformatoren neemt de elders in Nijmegen gelegen fabriek van olie-nettransformatoren over van Holec. Voor de gietharstransformatoren die ook in deze fabriek gemaakt worden heeft Smit geen interesse; deze activiteit blijft bij Holec.
De productie van olie-nettransformatoren wordt verplaatst naar de Groenestraat.

1985 – Oprichting van Smit USA Inc. de verkoopmaatschappij van Smit Transformatoren voor de USA en Canada. Sinds 1980 worden er regelmatig transformatoren in de USA verkocht, de perspectieven zijn goed, maar vereisen wel een permanente locale aanwezigheid van een sales force.

1986 – Begemann (Joep van den Nieuwenhuyzen) neemt Smit Transformatoren over van Holec en het personeel. De activiteiten op het gebied van magneet systemen worden elders binnen het Begemann concern ondergebracht.

1993 - Smit Transformatoren opent een productiebedrijf in de USA mede om het Smit product een Amerikaans nationaal karakter te geven, maw. inspelen op het “buy American” gevoel en eventuele herstellingen snel uit te kunnen voeren zonder tijdrovend transport over zee. Deze operatie blijkt na korte tijd weinig succesvol te zijn en wordt beeïndigd. De naamsbekendheid is er echter sterk op vooruit gegaan en de Amerikanen blijven graag bij Smit kopen ook al wordt er in Nijmegen geproduceerd. Vanaf 1986 bedraagt de omzet in de USA ca. 40% van de totale omzet.

1993 - De eerste opdracht voor 550 kV, shunt smoorspoelen 58 Mvar, voor een klant in de USA. Dit was de opmaat naar de grotere eenheden in het 500 kV segment, die leidde tot bijv. een 750 MVA 500 kV voor Canada.

1994 - Management buy-out met participatie van het personeel en steun van de banken en investeringsmaatschappijen.

2000 - Smit Transformatoren wordt verkocht aan het Duitse energiebedrijf RWE en wordt ondergebracht in haar organisatie Tessag (een synergie loze groep van industriële bedrijven, maar wel met twee moderne fabrieken van SGB die gespecialiseerd zijn in de massa productie van kleinere en middel grote transformatoren). Van lieverlee wordt de productie van de in 1985 verworven fabriek voor olie-nettransformatoren uit rationaliteitsoverwegingen ondergebracht bij het veel grotere en modernere SGB.

2001- Opdracht voor de Dwarsregelaar Meeden, destijds één van de grootste symmetrische dwarsregelaars in de wereld. Totaal doorgaand vermogen 2000 MVA. 420 kV plus en min 30 grd. bestaande uit 6 kasten met in iedere kast een éénfasige serie en een éénfasige regeltransformator.

2005 - RWE keert terug tot haar core business, de energievoorziening, en verkoopt haar industriële bedrijven. De transformatorengroep (Smit en de twee fabrieken van SGB) komen in handen van de Duitse investeringsmaatschappij HCP. De productie van middel grote vermogenstransformatoren wordt eveneens uit rationaliteitsoverwegingen overgenomen door SGB.

2008 - HCP verkoopt de gehele transformatorengroep aan BC-Partners. De activiteiten van Smit Transformatoren zijn dan de bouw van grote tot zeer grote vermogenstransformatoren en het verlenen van reparatie, onderhoud en services aan eigen en vreemd fabricaat.

2008 .. 2013 - De fabriek, nog altijd op de locatie waar het in 1913 begonnen is, ondergaat een complete metamorfose waarmee tientallen miljoenen Euro’s zijn gemoeid. Dit heet “Plan 2011” Het lab wordt ingericht voor het het beproeven van 800 kV transformatoren. Voorts wordt geïnvesteerd in onder andere: horizontaal luchtkussen transport, een mobiele installatie voor verticale verplaatsing tot 600 ton, verticale wikkelbanken en nieuwe kantelbare stapelmallen. De logistiek wordt sterk verbeterd door het verplaatsen van productie afdelingen en het kantoor gebouw wordt gemoderniseerd.
De reparatie, onderhoud en service activiteiten worden ondergebracht op een nieuwe nabij gelegen locatie en krijgt de beschikking over een moderne goed geoutilleerde montagehal en navenante installaties om op locatie services te verrichten waaronder een mobiele installatie voor het beproeven met aangelegde- en geïnduceerde spanning en voor het meten van partiële ontladingen, nullast- en kortsluitverlies.

2012 - Overname van Ohio Transformer Corporation ( Louisville ) ten behoeve van alle denkbare service activiteiten in de USA en Canada.

2012 - De eerste opdracht voor een 800 kV Transformator, die beproefd zal worden na 2 mei 2013 (dus na het einde van deze geschiedschrijving).

2013 - Op 2 mei 2013 bestaat Smit 100 jaar. Dit wordt gevierd met onder andere een feestelijke brunch voor het voltallige personeel waarbij de CEO, Mark Wilkinson, uit handen van de Commissaris van de Koning, Clemens Cornielje, het predicaat Koninklijk in ontvangst mag nemen. Hierop was niet gerekend maar wel gehoopt. Dit was het laatste door Koningin Beatrix getekende predicaat.

 

De samenstellers van deze tijdslijn , Erik de Vries & Rudo Hermsen, hebben getracht de feiten zo nauwkeurig en compleet mogelijk weer te geven. Mocht u hierin fouten of tekortkomingen ontdekken dan verzoeken wij u dit te melden aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. De Stichting Willem Smit Historie Nijmegen (opgericht 10 juli 2013) zal u hier erkentelijk voor zijn en waar nodig de tekst aanpassen.


De Stichting is nog steeds bezig met historisch onderzoek. Wellicht dat nieuwe vermeldenswaardige feiten door hen ontdekt worden. In dat geval zal er een gewijzigde versie van deze tijdslijn gepubliceerd worden.

Transformatoren 9400/12500 kVA (1948), bron: Stichting Willem Smit Historie Nijmegen.

Bronvermelding : archieven van Smit transformatoren, diverse geschiedkundige werken, Erik de Vries, Willy Ahlers, Kees Tijm, Rudo Hermsen, Bert van Herpen en lezers die ons extra informatie verschaften of ons op fouten wezen. 

Schrijf reactie (2 Reacties)

Subcategorieën

Film

Om een goed beeld te geven hoe het ervroeger in de Smit bedrijven aan toe ging zal ik hier geregeld korte film-fragmentente plaatsen. De film-fragmenten hebben allemaal in meer of mindere mate te maken met Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek.

We hebben al enkele prachtige bedrijfsfilms teruggevonden uit 1926/1938/1950 en 1966 en van latere datum, de jaren tachtig en negentig.

Mocht iemand nog een oude film van een van de Smit bedrijven in zijn bezit hebben, neemt u a.u.b. contact met mij op, want  via de contacten bij Techniekmuseum het Heim en HCO Zwolle kunnen wij veel soorten film- en videobanden om laten zetten naar dvd-formaat.

U krijgt altijd een kopie van de DVD mee als dank.

M.v.g.

Rudo Hermsen
E-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Historische nieuwsflits

Willem Smit & Co's jaarlijkse "Lasch reunie" (1935)

In de dertiger jaren van de vorige eeuw hield Willem Smit & Co's Transformatorenfabriek (las afdeling) jaarlijks een tweedaagse 'laschreunie'. Deze kwamen voort uit de hogere 'laschcursussen' en de vragen die cursisten hadden over elektrisch 'laschen'. Er werden presentaties gegeven over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van elektrisch lassen door Smit maar ook de concurrenten zoals de Heemaf en buitenlandse bedrijven waren van de partij.  De deelnemers konden vragen stellen, discussiëren en nieuwe apparatuur of werkwijzen uittesten.

Laschcursus 1932
Deelnemers aan de 'hoogere laschcursus' van Willem Smit in 1932

Deelnemers lasch-reunie 1932

Laschreunie 30-10-1935
Laschreunie 30-10-1935
Laschreunie 30-10-1935

Bron: Bommelerwaard 30-10-1935

Hieronder enkele hoofdrolspelers van de jaarlijkse 'laschreunie' Op de foto ziet u de sprekers: Ir. Gerritsen, Directeur Th. Rosskopf en Dr. Schoenmaker.

Bezoek Duitsche lasch-specialiteiten aan de fabriek (1931).

Schrijf reactie (0 Reacties)

Markus Byker medewerker wikkelarij Smit Transformatoren (1939-1960)

Mijn naam is Dick Byker, mijn vader Markus Byker werkte in de wikkelarij van 1939 tot 1960 toen emigreerde hij naar Canada. Wij woonden aan de landbouwstraat, dus eigenlijk kort bij Willem Smit aan de groene straat. De man in het midden is Markus Byker. 

Groeten van uit Canada.

Marcus Byker, wikkelarij 1939 - 1960

Bron: Dick Byker 

Schrijf reactie (0 Reacties)

Bedrijfsfilm videobox

Cloud tag

Laatste artikelen

Laatste reacties

      LEES MEER

Wie is online

We hebben 218 gasten en geen leden online

Statistieken

Aantal bekeken pagina's
9685958
DMC Firewall is a Joomla Security extension!